Klik hier voor:
Jaarverslag 2025
Kleine Zilverreiger
De Kleine Zilverreiger is iets kleiner dan de Grote Zilverreiger die we in onze streken vaker zien. Het is een opvallende sierlijke vogel met een zwarte snavel en zwarte poten met opvallend gele tenen en een lengte van ongeveer 65 centimeter. Bij volwassen vogels vallen in de broedtijd de sluiervormig afhangende sterk verlengde kruin- en schouderveren op.
Hij is de meest voorkomende witte reiger in Europa. De Kleine Zilverreiger heeft een groot verspreidingsgebied dat omvat bijna heel Afrika, Indonesië, Australië en Japan.
Bij ons is hij een zeldzame, onregelmatige zomergast. Vooral in de Zeeuwse delta en het Waddengebied is hij in de lente en zomer vrij regelmatig te zien. De Kleine Zilverreiger was bijna aan zijn schoonheid ten onder gegaan. Hij werd in het verleden zwaar belaagd om zijn sierveren aan zijn kruin, hals en schouders. Die werden vroeger gebruikt om hoeden en dure jurken te verfraaien. De soort stierf bijna uit maar door beschermende maatregelen heeft hij zich plaatselijk weer kunnen vestigen. Het aantal broedparen in ons land betrof in 2023: 100-115 paren waarvan de meeste op de Waddeneilanden. In Europa komen Kleine Zilverreigers vooral voor in Zuid-Europa, Nederland vormt zo’n beetje de noordelijke grens van hun verspreidingsgebied. Door klimaateffecten en bescherming zijn de aantallen in West-Europa toegenomen. De soort is erg gevoelig voor strenge winters, als hun foerageergebied dichtvriest kunnen ze niet meer bij hun voedsel en zullen er velen van honger sterven. Hun voedsel bestaat voornamelijk uit kleine visjes, stekelbaars, maar ook kreeftachtigen en
weekdieren. Het zijn voortreffelijke vissers waarbij ze druk heen en weer rennen om prooien te vangen. Hun voedsel zoeken ze bij voorkeur in ondiep water, in moerassen, in slootjes maar ook in geulen en kwelders.
Ze broeden bij voorkeur in kolonies maar bij kleinere aantallen ook in kolonies van Grote Zilverreigers, Blauwe Reigers en Lepelaars. De broedkolonies liggen aan de waterkant. Hun nesten bouwen ze in bomen vaak in dennen, populieren of wilgen, maar ook wel op de grond. Het nest wordt gemaakt van takken. Het mannetje belast zich met het zoeken naar bouwmaterialen die hij braaf naar zijn vrouwtje brengt. Zij construeert daar dan een klein, broos platvorm van waarop ze drie tot vijf blauwgroene eieren legt. Beide ouders broeden afwisselend in 25 dagen deze eieren uit. Daarna duurt het nog zeven weken voordat de jongen uitvliegen.
Om de winterse kou te ontwijken trekken de meeste Kleine Zilverreigers naar Afrika, maar een groot gedeelte van de populatie overwinterd tegenwoordig in Zuid-Europa. De trekkers gaan in de periode augustus-oktober op weg en keren in maart-april terug naar hun broedgebied. Al hebben de Europese populaties van de Kleine Zilverreiger zich gestabiliseerd er blijft toch reden tot zorg. Door veranderende teeltmethoden in de landbouw, ontwatering van moerassen en ook stadsuitbreiding gaan sommige populaties toch weer achteruit.
Tot een volgende keer: Jos Wijnen
Foto@Jos Wijnen
De Veldleeuwerik hoort ook bij de lente.
Laatst zag ik op het journaal van België dat de Veldleeuwerik, zoals ik begrepen had, door het publiek gekozen was tot vogel van het jaar. Ze lieten de vogel daar ook zien en horen. En meteen gingen mijn gedachten terug naar mijn jeugd. Ouderen onder ons, of moet ik tegenwoordig senioren zeggen, zullen bij het horen van de zang denk ik dezelfde ervaring hebben. In de tijd dat ik thuis op het veld werkte, dat is inmiddels 60 tot 70 jaar geleden, ging je in het voorjaar met plezier naar akker- of weiland. De lucht was dan vol zang van Kievit, Grutto en Veldleeuwerik. Vooral de laatste was indrukwekkend zoals hij al zingend hoog ten hemel klom, zodat je hem nog nauwelijks zag, daar geruime tijd bleef zingen en dan weer naar beneden zeilde.
Wij hadden op twee plaatsen grond v
an huis, hooggelegen akkerland tegen de bossen en weiland op slecht ontwaterde peelgrond. Hoewel je op het akkerland tegen de bossen uiteraard veel bosvogels hoorden, had mijn voorkeur toch het weiland waar het jongvee liep. Daar moesten we dagelijks gaan kijken en water pompen maar dat was geen straf als je al die vogels hoorden tierelieren. Vooral zondags “s morgens als er niemand aan het werk was en ook de vliegbasis Volkel stil was, waar dat dicht bij lag, dan kon ik daar wel een uur alleen maar luisteren naar de vogels.
Helaas is het sinds die tijd bergaf gegaan. De Veldleeuwerik is sinds die tijd met 95% afgenomen. Niet alleen met de Veldleeuwerik, maar met alle weide en akkervogels is het in Brabant en Limburg treurig gesteld. Het is een zeldzaamheid als men ze nog eens hoort en ziet. Alles is ontwaterd en verkaveld. De wallen tussen de percelen zijn verdwenen. De landbouwmachines zijn zo groot dat er geen slootkanten overblijven. En dat waren met name de plaatsen, waar de Veldleeuweriken broeden en waar ook de weidevogels moesten kunnen schuilen en insecten als voedsel zoeken. Naast deze veranderingen in het leefgebied, is ook de diversiteit in gewassen sterk achteruitgegaan. Veel graan heeft plaats gemaakt voor maïs. Waar nog graan is, betreft het veelal wintergraan wat in het voorjaar al snel te groot is om ideaal te zijn om in te broeden. Bovendien missen ze in de herfst en winter het stoppelveld wat belangrijk is voor overleving buiten het broedseizoen.
We zullen maatregelen moeten nemen om het tij te keren. De weidevogels zullen hier wel niet helemaal verdwijnen maar terugkrijgen zoals geweest is, zullen we wel niet meer beleven. Ondanks dat er in het westen en noorden van ons land en dankzij subsidies veel voor wordt gedaan. Maar hier zijn de gebieden van de akkervogels. Door ander beheer en andere gewassen is er misschien toch wat aan te doen. In de Hamsterreservaten in zuid Limburg doen de Veldleeuweriken het goed, omdat daar naast het graan ook voldoende kruiden aanwezig zijn. Er worden op enkele plaatsen in ons land proeven gedaan met zogenaamde voedselveldjes. Dit zijn veldjes waar veel kruiden op gezaaid zijn. Deze trekken veel zaad etende zangvogels aan. Ook proeven met zogenaamde faunaranden laten positieve resultaten zien. Dit zijn randen langs de akkers van ± 12 meter. Deze worden ingezaaid met grasmengsels en blijven onbewerkt. De diversiteit zorgt voor voldoende aanbod van voedsel. Doch niet alleen vinden ze hier de nodige insecten, ze gaan er ook in broeden. Hiervan profiteren dikwijls niet alleen de Veldleeuwerik, maar ook de Graspieper en Gele Kwikstaart. Jammer genoeg zijn deze proeven alleen mogelijk in het kader van agrarisch natuurbeheer en zal er in de reguliere landbouwgebieden niks van te merken zijn. Alleen als dit op grootschalige manier wordt uitgevoerd kan men het tij keren. Het is de hoogste tijd.
Tot een volgende keer. Toon Selten.
Hoe oud wordt een vogel?
Deze vraag krijgen we nog al eens gesteld. Meestal vraagt men dan naar de leeftijd van een bepaalde vogel. Deze vraag is meestal nooit direct te beantwoorden. Globaal kan men zeggen dat kleine zangvogeltjes meestal niet oud worden. Vele van de vogeltjes die nu in nestkastjes geboren worden, halen hun eerste verjaardag niet. Maar natuurlijk zijn er een aantal die wel overleven, anders zou de soort uitsterven.
De meeste kleine vogeltjes die het niet overleven komen om door katten of roofvogels, door voedselgebrek, of ze verongelukken in het verkeer. De vogels die trekken lopen nog meer risico. Vooral de kleinste vogeltjes zoals het Winterkoninkje of Goudhaantje, die maar weinig reserve aan energie kunnen opslaan, hebben het moeilijk als ze vanuit het noorden stukken zee moeten oversteken. Vooral bij slecht weer redden velen het niet. De vogels die van hier uit naar het zuiden trekken lopen weer veel risico door de jacht die in de zuidelijke landen nog veel plaats vindt.
Maar vogels kunnen ook, evengoed als elk ander levend organisme ziek worden. Denk de laatste jaren maar eens aan de vogelgriep. Die spaart geen enkele vogel, of ze nu groot of klein zijn. Het vervelende is dat meestal wel bekend staat, hoe oud de oudste vogel in zijn soort wordt maar meestal niet de gemiddelde leeftijd. Men gaat uit van het jaar dat de vogel geringd is. Telkens als men een vogel gevonden heeft die ouder is wordt dat genoteerd. Zo bestaan er hele lijsten van iedere soort waar men de oudste genoteerd heeft.
Maar globaal kan men stellen dat hoe groter de vogel hoe meer overlevingskansen deze heeft. Mezen worden gemiddeld maar 2 tot 5 jaar. Zo is het ook met veel Huismussen. Maar met een beetje geluk kunnen ze zelfs de 10 jaar halen. De oudste bekende mus is zelfs 20 jaar geworden. Over het algemeen worden roofvogels en uilen gemiddeld 15 tot 18 jaar. Er is echter ook al een Buizerd van 28 jaar gevonden. Ook Grutto’s kunnen voor de grootte van de vogel vrij oud worden. De oudst bekende is 30 jaar geworden maar tel maar gemiddeld de helft. Zo is het ook met de Scholekster, de oudste bekende was 45 jaar. Maar hier kun je het gemiddelde ook wel op de helft stellen. Meeuwen leven over het algemeen ook langer. Ook eenden kunnen gemiddeld wel 10 tot 15 jaar worden maar ook hier zitten weer uitschieters bij tot bijna 30 jaar. Van zwanen en ganzen is ook bekend dat ze vrij oud kunnen worden dat wil zeggen 25 tot 30 jaar of ouder. De oudste bekende wilde vogel is een Laysan-albatros en is nu minimaal 75 jaar oud. Ze heeft de naam ‘Wisdom’ gekregen en broedt nog elk jaar een ei uit!
Vogels die langer leven zijn dikwijls pas veel later vruchtbaar. Dit varieert van ± 3 jaar bij ganzen en zwanen, tot 4 á 5 jaar of langer bij sommige meeuwen en roofvogels. Vogels die het kortste leven, zijn in het 2e jaar al vruchtbaar en hebben meestal veel grotere legsels. Ze hebben ook kortere ouderenzorg en soms nog een tweede legsel. Zo zie je dat die vraag over de ouderdom van vogels, niet zo gemakkelijk te beantwoorden is.
Tot volgende week Toon Selten.
Laysan-albatros, paar en kuiken

