Kerstwandeling 2017 | 17 december 2017

Komt u wandelen met Kerstmis?

Het jaar 2017 zit er al weer bijna op, maar eerst krijgen we nog Kerstmis.De Vogelwerkgroep heeft al vele jaren de traditie om op tweede kersdag een wandeling te houden in de Mariapeel, dit ter afsluiting van het jaar. Maar zeker ook om het eten van eerste kerstdag te laten zakken. Aan deze wandeling kan iedereen deelnemen, groot en klein en de kosten zijn wederom nul euro. Het afgelopen jaar is er veel gebeurd in de Mariapeel. Tijdens de kerstwandeling kunt u deze veranderingen met eigen ogen zien.De wandeling is op 2e Kerstdag en begint om 9.00 uur. We verzamelen aan het einde van de Zwarteplakweg in America en de wandeling zal ongeveer anderhalf tot twee uur duren. Na afloop kun je je opwarmen bij de open haard in de daar aanwezige jachthut, waar koffie, thee en glühwein klaarstaan. Voor de kinderen is er warme chocolademelk. Omdat er veel gewerkt is in de Mariapeel is het terrein is wel moeilijker begaanbaar.

 

Of u wel of niet deelneemt aan de wandeling, we wensen u in elk geval fijne kerstdagen en een mooi 2018.

Maar natuurlijk bent u van harte welkom.

 

Namens Vogelwerkgroep ’t Hökske,

John Raedts

Top

Steenuil 2017 | 11 december 2017

Hoe verging het de steenuil in 2017.

Van de steenuil leven er naar schatting 7.000 tot 9.000 broedparen in Nederland en dat is aanzienlijk minder dan enkele decennia geleden. Van dit aantal leven er ongeveer 12 broedparen in ons werkgebied, wat natuurlijk niet wil zeggen dat er niet meer uilen in ons gebied leven. Dat deze zijn niet overgegaan tot broeden in een van onze kasten maar misschien ergens anders hun heil zoeken kunnen wij natuurlijk niks aan doen. In 6 van de kasten was de geur van de uil en de aanwezigheid van braakballen een teken dat de kast bewoond is, maar helaas hebben wij er geen eieren of jongen aangetroffen. Maar in de andere 6 kasten hebben de ouders samen succesvol hun jongen groot gebracht. Dat groot brengen van de jongen doen ze door hen muizen, kevers en regenwormen te eten te geven. De steenuil is niet echt kieskeurig maar als hij een muis kan aanleveren in plaats van een kever zal hij voor de muis gaan. Dit scheelt hem natuurlijk minder op jacht gaan, want met 2 of 3 muizen krijgen de jongen de maag wel vol. Iets anders is het om het gewicht van een muis met kevers en wormen te moeten aanleveren en hiermee de hongerige monden te vullen, dit vereist meerdere jachtpartijen.

 

In totaal hangen er 43 kasten in ons werkgebied, van deze kasten zijn er 37 van de vogelwerkgroep. De meeste kasten hangen in de gemeente Horst aan de Maas, ééntje in Venlo en ééntje in Maasbree. Deze kasten bezoeken wij eenmaal per seizoen, maar in 2017 hebben wij ook de kast bezitters voor de eerste keer per e-mail gevraagd of er activiteiten zijn in en rond de kast. Van 8 persoenen hebben wij per mail te lezen gekregen dat er bij 6 geen activiteiten waren en bij 2 wel. Deze twee bezoeken wij dan om te kijken welke activiteit er plaats vind. Het versturen van een mail scheelt ons veel tijd, en tijd is iets waar elke vogelaar gebrek aan heeft. Van deze kasten zijn er dus 6 succes verhalen te vertellen. In totaal hebben 18 steenuilen het levenslicht gezien en zijn naar alle waarschijnlijkheid uitgevlogen.

Het jaar 2017 was voor de steenuil, oftewel Athene noctua, een beter jaar dan 2016. In dat jaar hebben er, zover wij weten, geen jongen het levenslicht gezien. Mocht u meer willen weten of vragen hebben over de steenuil, mail of bel ons dan. Verdere informatie over de werkgroep kunt u ook vinden op onze website www.vogelwerkgroephokske.nl 

Met vriendelijke groeten Marcel Hendriks en Ton Hagens

Top

Watervogeltellingen | 2 december 2017

Een van onze projecten is de watervogeltellingen die we in alle maanden met een R erin uitvoeren. Dit is dikwijls een aangename activiteit, maar ook soms een koude aangelegenheid, afhankelijk van het weer. Het blijft echter altijd wat spannend omdat je nooit weet wat je te zien krijgt. Zeker als de winter toeslaat wordt je soms verrast door bijzondere waarnemingen.

 

Waarom is Nederland aantrekkelijk voor overwinterende watervogels?

Nederland is een land met veel water, een derde van Nederland ligt onder de zeespiegel. Dit houdt tevens in dat er veel kanalen en sloten extra nodig zijn om droge voeten te houden. Tel daarbij op de grote rivieren die in ons land samenkomen en in zee uitmonden. Het IJsselmeer het Markermeer, de Maasplassen, de Zeeuwse Delta en de vele natte natuurgebieden. Bovendien is de Waddenzee zowel voor watervogels die hier overwinteren, als voor doortrekkers, het eerste grote foerageergebied wat ze tegenkomen op hun weg naar het zuiden. Daar verblijven ze lange of kortere tijd met duizenden. Dit alles maakt samen dat Nederland een uniek land is voor watervogels. Het is daarom geen wonder dat veel watergevogelte die de winter ontvluchten in het hoge noorden, Nederland kiezen om deze hier door te brengen. Door ons zeeklimaat zijn de winters over het algemeen gematigd, waardoor er ook meestal meer voedsel voorhanden is. Als Vogelwerkgroep hebben wij het gedeelte op de Maas tussen het veer Lottum en de brug van Well toegewezen gekregen. Hieronder valt ook de Broekhuizerweert. Dat is een interessant gebied. Zo zit er een flinke populatie Mandarijn eenden afkomstig uit ontsnapte of losgelaten vogels, die het hier blijkbaar goed naar hun zin hebben en zich flink hebben voortgeplant. Maar ook door bijzondere soorten wordt dit natuurgebied vaak bezocht.

 

Waarom moeten watervogels geteld worden?

De aantallen en verspreiding van de watervogels in de winterperiode wordt hiermee in kaart gebracht. De momenten dat de aantallen het grootste zijn worden hiermee eveneens vastgelegd. Dit kan men vergelijken met andere jaren en het weer op dat moment. Dit zegt tevens iets over de stand van de wereldpopulatie omdat niet alleen in Nederland maar ook in andere landen wordt geteld, dikwijls op dezelfde dag zoals bv. in België . Deze dag is altijd de zaterdag het dichtste bij het midden van de maand. Daarnaast kan men bij sommige soorten zoals bijvoorbeeld ganzen en zwanen de resultaten van het broedseizoen bepalen, door te tellen hoeveel ongeveer het percentage jonge dieren bedraagt. Dit is bij veel soorten aan het verenpak te zien. Omdat deze gegevens allemaal worden opgeslagen, kan men over zeer veel jaren ( er wordt al ongeveer 65 jaar geteld) de resultaten vergelijken en eventuele conclusies aan verbinden. We tellen alle watervogels en vogels die met water te maken hebben zoals bv. reigers meeuwen aalscholvers enz. Maar ook wat genoemd wordt bijzondere soorten zoals enkele roofvogels als bv. de Visarend maar ook de IJsvogel omdat deze ook afhankelijk zijn van water. Dikwijls wordt gezegd: “hele grote groepen kun je toch niet tellen”. Dat is ook zo maar we maken dan eerst een schatting van het geheel, voor het geval dat ze opvliegen, en daarna tellen we een tiental exemplaren en projecteren dit over de hele groep. Dan heeft men een vrij betrouwbare telleng al blijkt uit ervaring dat er dan meestal toch te weinig geteld zijn.

De Watervogeltelling blijven echter een interessante maar soms een koude aangelegenheid, die af en toe verassende resultaten oplevert.

Tot een volgende keer Toon Selten.

Top

Flamingo (Phoenicopteridae roseus) | 14 november 2017

De flamingo komt van oorsprong ook in Nederland voor. De meeste van ons zullen de flamingo asscieren met verre oorden, meestal met lekker weer, zoals ze ook in detective-intro’s voorkomen. Niets is minder waar, de flamingo komt ook in koude gebieden voor en zijn dus ook in Nederland te vinden. Dan gaat het vooral de Europese flamingo aan, soms vergezeld van Caribische en of Chileense flamingo’s. Vroeger leefden er hier al flamingo’s maar waarschijnlijk door menselijke activiteiten zijn ze, enkele duizenden jaren geleden, uit ons landschap verdwenen. Door verbeterde omstandigheden en bescherming zijn teruggekeerd. Dit geldt alleen voor de Europese soort. De andere soorten zijn waarschijnlijk hier gekomen door menselijk toedoen: vrijgelaten of ontsnapt uit collecties. Helemaal zeker weten we dit niet want een flamingo is zeker in staat duisenden kilometers af te leggen en kan dus ook de oceaan zijn overgestoken.

Flamingo species

van links naar rechts: (bioweb.uwlax.edu)

Kleine       James’      Andes     Chileense Caribbische Europese

 

Verwantschap en voorkomen

De hier voorkomende  flamingosoorten zijn nauw verwant aan elkaar, zo verwant zelfs dat ze gemakkelijk in gemengde groepen voorkomen en zelfs hybridiseren. De nakomelingen zijn vruchtbaar wat inhoudt dat de soorten genetisch niet ver van elkaar staan. Dat valt ook af te lezen aan een gelijkend paringsritueel: bij sterk verschillende soorten wijken de rituelen dusdanig af dat er weinig kans op een paring is. Er is een vruchtbare populatie flamingo’s in West Europa van ruim 30 Chileense en ruim 15 grote flamingo’s. Daarnaast leven er 15 tot 20 hybriden van verschillend soorten voorouders.

 

In Zwillbrockerven, net over de grens bij Groenlo,

Zwillbrocker Ven           

www.stiftung-nlw.de/unsere-arbeit/heideentwicklung-und-tourismus 

Zwillbrocker Ven mapgoogle

Zwillbrocker Venn ©Google maps

 

Het Grevelingenmeer is het gebied in Nederland waar de flamingo’s, met name die uit Duitsland, graag overwinteren. In de winter houden ze zich meestal op in de Nederlandse Delta, de laatste jaren met name in het Grevelingenmeer. Flamingo’s zijn voor het vinden van voedsel afhankelijk van open water en gewoonlijk vriest hier het water niet dicht.

 

Bouw

Flamingo’s hebben een bijzonder lange hals, bijzonder lange poten en vooral ook een bijzonder aangepaste snavel. Met deze snavel kunnen ze water filteren met een precisie waarop een gemiddelde baleinenwalvis jaloers zou zijn. Het zijn overigens omnivore vogels, hun dieet bestaat uit zowel algen (bruine en groene) als wel uit kleine larve en kreeftjes die ze uit het water filteren. Kleurstoffen in hun voedsel hebben grote invloed op de diepte van de roze kleur die de flamingo zo specifiek maakt. Het meest bijzondere aan de bouw van de flamingo is zijn omgekeerde snavel. Als de flamingo met de kop naar beneden staat neemt de bovensnavel de taak over die normaal door de onder navel wordt uitgevoerd. Meerdere lagen van hoornachtige platen in de snavel van de flamingo zorgen voor een goede filtercapaciteit waardoor er constant uit het water voedseldeeltjes kunnen worden gehaald. Bij de kleine flamingo kunnen zelfs enkelvoudige cellen uit het water worden gehaald.

Flamingo feeding

©web.stanford.edu

 

Flamingo’s eten met hun hoofd naar beneden, zoals hierboven. Ik ken geen vogel die standaard de snavel andersom houdt om te eten. Een stevige tong duwt naar elke filtering het voedsel naar de slokdarm. Deze tong werd de vogel bijna fataal: de Romeinse heersers dienden de tongen van de geslachtte flamingo’s op als delicatesse waardoor reeds rond het begin van de jaartelling de flamingo bedreigd werd. Met het voorkomen van deze soorten, ook in Nederland lijkt het erop dat de soort definitief een nieuwe plaats heeft gevonden.

Top

Kraanvogels op trek | 6 november 2017

Het is stilaan begin november en dan kunnen we ze weer verwachten … de Kraanvogels. Er zijn al enkele grote groepen over getrokken. Ook hebben er al een grote groep overnacht aan het “Leegveld” te Liessel. Kraanvogels zijn meestal duidelijk te herkennen. Ze vliegen in V vorm net als ganzen maar door de lange hals en de naar achteren gestrekte poten die ver achteruitsteken zijn ze daarvan duidelijk te onderscheiden. Maar het meest herkenbare is meestal het geluid. Kraanvogels zijn dikwijls nogal erg luidruchtig. We verheugen ons elk jaar weer op de trek van de kraanvogels, zowel in het najaar als in het voorjaar, al is de najaarstrek meestal massaler. Als dit tegen de avond is, is er een grote kans dat ze bij ons in de Peel overnachten. De meeste Kraanvogels komen nog steeds uit de Scandinavische landen. Na hun overtocht over de Oostzee doen ze meestal eerst het Duitse schiereiland Rügen aan. Een tweede stop vindt dikwijls kortbij plaats in Diepholz in de buurt van Osnabruck. Een gedeelte trekt door naar Noord Afrika doch een steeds groter gedeelte overwinterd in Zuid Europa. Het Frans Lac du der is en bekend gebied. Er zijn jaren dat om deze tijd al meer vogels op trek zijn. Dit jaar is het op de verzamelplaatsen nog vrij rustig volgens de berichten. Dit kan met het weer te maken hebben. Enerzijds omdat het nog vrij zacht is, anderzijds omdat er de laatste dagen een sterke zuidwestelijke stroming staat. Om veel vogels waar te nemen is voor ons een oostelijke wind gunstiger. Toch hoeven we niet meer op het voorjaar of najaar te wachten om Kraanvogels te kunnen zien. In de middeleeuwen was de Kraanvogel een inlandse broedvogel. Daarna zijn ze verdwenen, dat kwam omdat hun leefgebied, hoogveen ook verdween. Sinds 2001 broeden ze echter weer in het Fochteloërveen op de grens van Drenthe en Friesland. Het enige gebied met nog levend hoogveen. Op 8 mei 2001 kropen daar de eerste jongen sinds al die jaren weer uit het ei, en werden er jongen groot gebracht. Dit jaar werden er ondanks de droogte toch nog 9 jonge Kraanvogels uitgevlogen. Water is van essentieel belang omdat ze graag op eilandjes broeden waar ze minder van vossen en andere predatoren te duchten hebben. Langzaam breidt de populatie die in Nederland broedt zich uit Sinds een paar jaar broeden er ook enkele paartjes in het Dwingelerveld in Drenthe en in het Drenths-Friese wold. Ook in het Korenburgerveen in de achterhoek en Engbertsdijkvenen in Twenthe zijn gebieden waar Kraanvogels broedpogingen ondernemen. In deze gebieden is het succes wisselend. Maar het feit dat ze er broeden is al een vooruitgang. Echter ook op meerdere plaatsen in oost en zuid Nederland zijn paartjes kraanvogels in de zomer waargenomen die weliswaar nog niet tot broeden zijn overgegaan. Maar toch wat niet is kan nog komen. Een plaats daarvan licht wel erg dichtbij namelijk in de Deurnse Peel. Staatsbosbeheer is druk doende om ons Peelgebied geschikt te maken voor Kraanvogels met name het Grauwveen lijkt daarvoor een geschikte locatie. Dat is een van de reden waarom ze de hoogveengroei weer op gang proberen te krijgen. Maar niet alleen broeden weer Kraanvogels in Nederland. Er zijn zelfs, zij het kleine groepjes, Kraanvogels die in Nederland overwinteren. In de winter van 2016/2017 hebben 53 Kraanvogels in het Fochteloërveen overwinterd. Dit waren naast eigen Kraanvogels vogels uit Duitsland kenbaar aan de ringen. Het ziet er dus goed uit voor de Kraanvogel in onze omgeving.

Tot een volgende keer Toon Selten.

Top

Kramsvogel (Turdus pilaris) | 29 oktober 2017

Deze wintergast komt samen met de koperwieken naar Nederland om te overwinteren. Ze komen van Scandinavië op zoek naar voedsel wat bestaat uit bessen en vruchten. Regelmatig voeden zij zicht ook met wormen die ze vinden op akkers en graslanden. Ze zoeken hun beschutting in de heggen op bouwland, bosranden en heidevelden. Bij slecht weer en als de bessen en vruchten op zijn trekken ze verder naar t zuidwesten tot aan Noord-Frankrijk. Deze kramsvogel, die het formaat heeft van een flinke merel, zo’n 25 cm en 80 tot 120 gram wegend, veelvuldig voor. Ook heeft hij iets weg van de grote lijster en/of een zanglijster maar onze kramsvogel heeft vanaf de buik tot halverwege onder de vleugel grotendeels wit. Dat is zijn typisch kenmerk. Zijn grijze kop met de nek bruin, met de spikkels op de buik, wordt ie vaak verward met een lijstersoort. Net als alle lijsters vluchten ze in de heggen in de buurt als ze worden verstoord. Wachtend tot 't gevaar geweken is gaan ze daarna verder met foerageren. De kramsvogel laat een vrolijk geratel horen in de vorm van tjsak,tjsak, tjsak. De kramsvogel komt veel voor in grote groepen vooral na sneeuwval of stevige wind. In de zomer bouwen ze hun nest op de open toendra’s maar ook in parken of dennenbossen. Het vrouwtje legt 4 eieren die na 4 weken uitkomen en als de jongen dan na veertien dagen uitvliegen.

Kramsvogel Geert Lamers

Kramsvogel (Turdus pilaris) Foto: ©Geert Lamers

Top

Hoe leren vogels zingen? | 23 oktober 2017

Enkele weken geleden was ik in de tuin bezig en hoorde een raar vogelgeluid in de boom boven mij. De vogel brabbelde een paar keer iets en toen ineens kwam er iets uit dat veel leek op de zang van de vink. Het bleek een jong mannetje vink te zijn, die de zang aan het oefenen was. Deze leuke waarneming wekte bij mij de vraag op: Hoe leert dit mannetje nu exact zo te zingen zoals een vink “dat hoort te doen”?

 

Het internet biedt een hoop informatie, zoals de volgende verklaring. Kuikens die nog in het nest zitten, horen hun ouders allerlei geluiden maken en kunnen vrij gemakkelijk achterhalen waar het geluid voor dient. Het geluid van gevaar kennen ze zó, want dan moeten ze stil blijven. Denk maar aan een kat in de tuin vlak bij een merelnest. De ouders roepen opgewekt hun alarmroep en de jongen kruipen dicht tegen elkaar aan en blijven stil. Maar ook leren ze de typische zang kennen van hun vader, want deze zingt vele malen per dag zijn lied dicht bij het nest, om zo zijn territorium af te bakenen. Deze zang wordt dus helemaal in het geheugen van de jonge vogel geprent. Een duidelijk verhaal, zou je zo zeggen. Toch zit het iets anders in elkaar. Kijk maar naar de koekoek. Het jong van de koekoek wordt immers door zijn gastouders opgevoed en zou dan tot een totaal andere zang moeten komen. Nu heeft de koekoek niet de meest ingewikkelde zang, maar hij “leert” zijn zang dus op een andere manier. De erfelijke aanleg speelt een hele grote rol. De zang zit dus helemaal in de genen. Hoe een vogel zingt, is dus voornamelijk erfelijk bepaald. Maar toch speelt de omgeving ook een rol. De vogelaar met iets meer ervaring weet bijvoorbeeld dat de ene vink net iets anders zingt dan de andere. Ook vogels kennen hun dialecten en nemen dus zeker iets over van hun omgeving. Daarnaast imiteren vogels graag. Een bekend verhaal is de spreeuw bij een voetbalveld die het fluitje van de scheidsrechter perfect na kon doen. Maar ook de gaai, merel, zanglijster en roodborst willen wel eens een na-apen. De reden hiervan is dat de mannetjesvogel zich toch wil onderscheiden van soortgenoten om meer te kunnen imponeren naar de vrouwtjes. De vogel leert zich dan een eigen stijl aan, ingegeven door zijn omgeving.

 

Terug naar mijn brabbelende vink. Hij had zijn basisliedje dus al bijna klaar. Komend voorjaar zal hij de puntjes op de i moeten zetten om aan de vrouw te komen. Ik heb het geluk dat ik naar de repetitie mag luisteren.

John Raedts

Vinkvogelbescherming

Vink ©www.vogelbescherming.nl

Top

Herfstvakantie 2017| 9 oktober 2017

Wedstrijdje Vogelherkenning

En dan voor onze kinderen gedurende de herfstvakantie heeft de Vogelwerkgroep zich aangesloten bij het initiatief van natuur- en informatiecentrum Aan de Drift, Lorbaan 9A te America. Op zondag 15 oktober vanaf 13.00 uur kunnen de kinderen kennismaken met diverse vogels uit tuin en bos. In een leerzaam rondje maken onze kinderen maar ook de ouders kennis met een 10-tal bekende of minder bekende vogels in een wandelrondje langs de vijvers bij Aan de Drift.

Leden van Vogelwerkgroep ’t Hokske ondersteunen deze educatieve middag op zondag 15 oktober vanaf 13.00 uur. Tot 16.00 uur begeleiden enkele vogelaars de jongere maar ook oudere belangstellenden.

Kom zondag 15 oktober vanaf 13.00 uur naar Aan de Drift, Lorbaan 9A te America

Top

Najaarscursus vogelherkenning 2017 | 9 oktober 2017

Cursus Vogelherkenning

Afgelopen weekend werden door de trekvogeltellers van ’t Hokske ruim 700 Koperwieken geteld in de Mariapeel. Vanaf de laatste week van september trekken deze wintergasten massaal over Nederland naar hun wintergebieden. Van ons land tot aan Noord-Afrika is de verblijfsplaats van deze gast uit Scandinavië en Noord-Rusland. Zelfs ’s nachts wordt het typische hoge geluid tijdens de trek zuidwaarts van deze lijsterachtige waargenomen. De Koperwiek heeft het formaat van een zanglijster en is te herkennen aan de kenmerkende witte oogstreep en mondstreep en de koperkleurige roestrode flank en ondervleugel.

Koperwiek Geert Lamers

Koperwiek (Turdus iliacus) Foto: ©Geert Lamers

 

Interesse om deze of andere vogels op te kunnen sporen en te herkennen dan het advies om aan te sluiten bij de najaarscursus vogelherkenning van de Vogelwerkgroep ’t Hokske.

Met een uitgebreide cursusmap en in 3 theorie-avonden en 3 excursies in de praktijk hopen we de cursisten naar een hoger kennisniveau over vogels te brengen. Op de theorieavonden zullen in een aantal powerpoint-presentaties met schitterende foto’s en de nodige toelichting de vogels worden gepresenteerd. In de praktijk hopen we deze soorten (en nog andere) voor de kijker te krijgen. In deze najaarscursus komen met name watervogels zoals eenden en ganzen, roofvogels en wintergasten aan de orde.

De theorieavonden zijn op de maandagen 13 en 20 november en maandag 15 januari vanaf 20.00 uur in Horecacentrum de Sevewaeg.

De excursies zijn op de zondagochtenden op 10 en 17 december en 21 januari in een 3-tal natuurgebieden in Noord en Midden-Limburg.

 

De kosten bedragen totaal € 25,- en alleen een goede verrekijker is een vereiste.

Voor informatie of opgave Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of tel 077-4652696 

Kijk ook op onze website www.vogelwerkgroephokske.nl

Top

De huismus en zijn problemen | 12 september 2017

Een vogel waar dikwijls geen aandacht aan wordt besteed. Tot voor enkele jaren terug de noodklok werd geluid omdat de stand achteruit holde. Dat kwam vooral door een bouwverordening waardoor het onmogelijk werd dat mussen nog onder het dak konden wonen. Gelukkig is op aandringen van de vogelbescherming dit gedeeltelijk terug gedraaid, zodat het nu voor mussen mogelijk is nog onder de eerste rij dakpannen te kunnen wonen, als de huiseigenaar dat wil. De stand van de Huismussen is nu enigszins gestabiliseerd. Toch dreigen er nog andere gevaren voor onze Huismussen. Dit heeft namelijk met het voedselaanbod te maken. Mussen zijn van huis uit zaadeters. Doordat er steeds minder onkruiden voorkomen, door zowel onkruid bestrijding als door het voortijdig maaien van bermen, enz. wordt er minder zaad gevormd. Huismussen hebben daardoor alternatieven gezocht en andere voedselbronnen gevonden. Vooral in de steden zijn ze overgegaan op zogenaamd junkfood, patat en snacks. Iedereen herkent het wel als we op een terrasje zitten met een frietje worden we onmiddellijk vergezeld van een aantal mussen die loeren op een stukje dat we laten vallen. Net zo min als vet eten voor ons gezond is, geldt dit ook voor een volwassen mus. Dit is niet goed voor het cholesterol van de mus. Echter de mus zal hierdoor waarschijnlijk geen hartinfarct krijgen. Ze worden daar niet oud genoeg voor. Ze zullen eerder ten prooi vallen aan een Sperwer of Havik. Echter voor de jonge musjes is dit veel nadeliger. Evenals alle jonge vogels hebben jonge Huismussen vooral behoefte aan veel eiwitten. Dit behoren ze te krijgen door insecten die door de ouders worden gevangen. Hoewel wij misschien een andere mening hebben, er zijn te weinig insecten. Afgelopen weekend was er de nationale spinnen telling. Op de Tv werd al aangegeven dat de aantallen daarvan ernstig terug lopen door het gebrek aan insecten. Omdat de mussen hier ook gebrek aan hebben gaan ze over om ook de jongen te voeren met junkfood. Voor een jonge mus is dit echter onvoldoende. Worden onze kinderen dik van het eten van teveel junkfood, bij een jonge mus is dit andersom. Door te weinig eiwitten worden ze zwak en mager, komen slechter in de veren, want voor de vorming van veren is veel eiwit nodig, en kunnen daarom minder goed vliegen waardoor ze een gemakkelijke prooi vormen voor roofvogels, maar ook voor katten en andere roofdieren. We kunnen daarom niet stellen dat de Huismus uit de gevarenzone is hoewel we hier op het platteland er nog niet zoveel van merken. Vooral in deze tijd verlaten de mussen hun plekje waar ze gebroed hebben en verzamelen ze zich in groepen waardoor we ze in groepen zien zitten of voorbij zien vliegen. Ze gaan gezamenlijk op zoek naar voedsel wat ze hier nog wel vinden bij boerderijen en op akkers na de oogst. Wij zullen ze dus voorlopig nog wel als huisgenoot hebben. In de verstedelijkte gebieden ligt het heel anders.

 

Tot volgende keer Toon Selten.

Top

Trektelpunt Mariapeel vernieuwd!! | 29 augustus 2017

StaatsbosbeheerZoals u misschien wel weet, anders weet u het nu, staan wij vanaf eind augustus op ons trektelpunt in de Mariapeel. Want dan begint voor ons het trektel seizoen weer en proberen wij twee keer per week de telpost te bemensen. Dat is niets nieuws zult u zeggen. Dat klopt, maar de locatie heeft een metamorfose doorgemaakt. Langs het doorgaande pad is er door Staatsbosbeheer zand gestort en hierdoor is een kleine verhoging ontstaan. Rondom deze verhoging is er tussen palen een vlechtwerk van takken gemaakt, zodat de tellers (wellicht ook u een keer) een beetje uit de wind staan. De wind kan namelijk in het trektel seizoen soms ijzig koud zijn. In de toekomst willen wij ook nog een bankje plaatsen zodat men ook even kan gaan zitten om te genieten van het natuurschoon rondom u heen. De palen en het vlechtwerk is door onze eigen mensen met noeste arbeid ontstaan. En wij hopen dat wij, maar zeker ook de wandelaar door de Mariapeel, even tot rust kan komen op dit mooie plekje. De locatie van dit mooie punt is op onze website te vinden en iedereen is welkom om mee te tellen of om te genieten van de vogels met eventueel uitleg erbij. Wilt u mee mail dan naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  Wilt u meer weten over trektellen en waarom wij dit doen kijk dan op onze website onder projecten / trektellen. Hier kunt u ook alle informatie vinden van alle andere projecten die wij als vogelwerkgroep nog meer doen. www.vogelwerkgroephokske.nl

Top

Verslag vogelreis Extremadura Spanje | 21-08-2017

Vogelvakantie in ……. Spanje

Dit jaar was de keuze van het vakantieland snel gemaakt. Extremadura wordt het paradijs voor vogels en vogelaars genoemd en na ons verblijf van 6 tot 16 april kunnen we dit bevestigen. Daarna nog 5 dagen in het Nationaal Park Doñana in de omgeving van Sevilla in het zuidwestelijke puntje van Spanje en de teller stond op 172 vogelsoorten. En dat zonder een druppel regen en bij temperaturen van 22 tot 35 graden.

Extremadura ligt aan de grens met Portugal halverwege Madrid-Lissabon. In dit dunbevolkte gebied, met lage industrialisatie, de kenmerkende dehesa’s ( weilanden met kurk- en steeneiken), de bergen en (stuw)meren, zitten we in een ideaal gebied voor diverse vogelsoorten. Overal de welbekende Hop, Grauwe Gors, Roodkopklauwier en Bijeneter. Een heel aparte soort is de Blauwe Ekster die alleen in Spanje te zien is. Van de roofvogels is de Zwarte Wouw de meest voorkomende.

 

We hebben een 3-tal gebieden in Extremadura bezocht nl.

  1. Nationaal Park Monfrague

    In dit ruige gebied een 3-tal soorten gieren nl. Vale Gier (500-600 broedparen, Monniksgier (bijna 300 broedparen) en aasgier (ca. 40 paar). Continu hadden we enkele tientallen exemplaren cirkelend boven onze hoofden. We hadden het geluk om ook een Spaanse Keizerarend maar ook een Blauwe Rotslijster in de kijker te krijgen.

  2. Arrocamp-stuwmeer bij het plaatsje Saucedila

    In het stroomgebied van de rivier de Taag een respectabel aantal watervogels met Woudaapje, Ralreiger, Steltkluut en Purperkoet als belangrijkste soorten.

  3. Hoogvlakte nabij Caceres

    Dit gebied met akkerbouw en weilanden maakte de meeste indruk. Genieten van de baltsende Grote en Kleine Trappen, eveneens baltsend een Griel en vervolgens gelijktijdig een 5-tal Grauwe Kiekendieven in de buurt van hun broedlocaties. Maar ook wachtend op de zonsopgang de ratelende Moorse Nachtzwaluw. Al met al een uniek gebied met teveel soorten op te noemen.

    Bijgaande foto van de Rode Patrijs konden we maken nabij het plaatsje Santa Marta de Magasca.

     

Rode steenpatrijs Foto: ©Jan Peeters

 

Vervolgens de reis richting Sevilla naar het Nationaal Park Doñana. Een verblijf in het stoffige plaatsje El Rocio is al een ervaring op zich. El Rocio is een bedevaartsoord zonder asfalt en bestrating maar met de beroemdste en grootste bedevaarten ter wereld. Een miljoen mensen waaronder ruim 100 broederschappen trekken jaarlijks met Pinksteren naar het Andalusische gehucht El Rocío ter ere van de Virgen del Rocío. Het plaatsje ligt aan de rand van het Nationaal Park Doñana waar we grote aantallen Zwarte Ibis, Ralreiger, Flamingo’s, Koereigers, Kwak, Stelkluut, Krooneend en Zwarte Wouw tegenkwamen. Ook de zeer zeldzame Witkopeend kregen we te zien. Toch was het hoogtepunt hier geen vogel maar een zoogdier. Op onze excursie door het gebied hadden we een unieke ontmoeting met een Iberische Lynx ook wel Spaanse Lynx of Pardellynx genoemd. Een van de zeldzaamste katachtige ter wereld met nog geen 200 exemplaren. Enkel en alleen op het Iberische Schiereiland komt deze soort voor.

 

Samenvattend kunnen we stellen dat het zeker de moeite waard is om eens een bezoek te brengen aan de natuurgebieden in Spanje.

Tot een volgende keer.

Jan Peeters VGW ‘t Hokske

Top

Nestkast-project 2017 | 14 augustus 2017

De resultaten van het broedseizoen in de nestkastjes.

Diegene die wel eens gaat wandelen in de bossen tegenover de Schatberg en Toverland hebben vast wel eens gezien dat er een groot aantal nestkastjes aan de bomen hangen. Deze zijn er door onze vogelwerkgroep neergehangen. Op de eerste plaats om vogels nestgelegenheid te bieden maar tevens doen we hiermee mee aan een onderzoek naar holenbroeders door het Nederlands instituut voor ecologie (NIOO KNAW). Daarom controleren we in het broedseizoen deze nestkastjes elke twee weken. Hieronder de resultaten: Totaal zijn van de 78 nestkasten er 77 gebruikt. De resultaten vielen dit jaar tegen.

Dit had mijns inziens twee oorzaken:

Eentje daarvan is zeker. Hadden we in het verleden wel eens last van vernielde of weggehaalde nestkastjes, of andere vormen van baldadigheid, dit jaar maakten we voor de eerste keer mee dat complete nesten met eieren en al waren weggenomen ondanks dat de deurtjes waren dichtgeschroefd. De eerste keer was dit eind april, toen bleek dat bij 13 nestkasjes het geval. Later hebben we dit nog bij enkele nestkastjes geconstateerd. We hebben daarbij ook gedacht aan een boommarter. Die kunnen ook nestkastjes helemaal leeg hengelen, maar zoveel ineens is niet aannemelijk en bovendien waren enkele kastjes niet goed meer dicht gemaakt. We hebben dit direct doorgegeven aan de AID die op zijn beurt de Groene brigade weer heeft ingeschakeld. We vermoeden dat dit door vogelfokkers wordt gedaan die ze door andere vogels verder laten uitbroeden. De 2de oorzaak is volgens ons het weer. Hadden we vorig jaar een koude en erg natte periode waardoor veel legsels mislukt waren, ook dit jaar hadden we eind april en begin mei een koude periode waardoor er weinig voedselaanbod was. Dit was direct te merken aan verlaten broedsels en zelfs jongen. In tegenstelling tot andere jaren hadden we dit jaar wel veel vogels die een 2de broedsel produceerden en ook tot een goed einde brachten. Dit had waarschijnlijk ook met het warme weer in die periode te maken waardoor er toen voedselaanbod genoeg was. Dit maakt echter het gemiddelde resultaat niet goed. Ook bij de visvijver de Steeg in Grubbenvorst hebben we 24 nestkastjes hangen. Hiervan waren er 8 niet gebruikt. Daar waren ook geen tweede broedsels zodat daar de resultaten helemaal tegenvielen. Volgend jaar hopen we maar op een positiever resultaat.

Tot volgende keer Toon Selten.

Top

Vale Gier | 7 augustus 2017

In oktober 2016 heb ik samen met mijn vrouw Agnes een rondreis gemaakt met de auto. Ons eerste doel was Gorges du Verdon in Zuid Frankrijk. Gorges du Verdon is de bekendste en grootste kloof van Europa. Uitgesleten door een rivier over een lengte van ca 25 kilometer. De rotswanden zijn wel 700 meter hoog. Het is een gewild gebied voor natuurliefhebbers en vogelaars kunnen er hun hart ophalen. Toen we er doorreden werden we verrast door een groot aantal roofvogels. Op een uitkijkpunt zijn we gestopt. Er vlogen tientallen grote roofvogels die we toen, als beginnend vogelaar, niet goed konden thuisbrengen. Ze maakten gebruik van de opstijgende warme lucht vanuit de diepe kloof. Omdat wij op een hoog punt stonden vlogen zo laag boven ons dat we soms in de schaduw van de vogels stonden. We hebben verschillende foto’s gemaakt. Later die avond deze vergeleken met de roofvogels in het ANWB vogelboek, de bijbel voor menig vogelaar. We hadden wel in de gaten dat we moesten zoeken bij de gieren maar dan de juiste eruit halen. Toen we een foto hadden doorgestuurd naar een ervaren vogelaar kwam de oplossing, het was de vale gier. Werkelijk zeer mooi om te zien, zeker als hij zo laag boven je vliegt.

 

Vale Gier (Gyps fulvus) Foto: ©Geert Lamers

Toen we in juni 2017 op vakantie waren in de Tarn, een natuurgebied in Zuid Frankrijk gelegen onder de Ardèche zagen we weer veel roofvogels en ja hoor ook hier erg vaak de Vale Gier. Wat bleek, ca 10 kilometer van de camping zat het infocentrum van de Vale Gier, la maison de Vantours. Voor iemand die er meer van wil weten hier de website: www.vantours-lozere.com Ben je een keer in de buurt een bezoek is zeer de moeite waard. Je kunt er met grote verrekijkers, door hen opgesteld, kijken naar de Vale Gier, die daar de hele dag op rotsen zitten en rondvliegen. Ook is er een mooie expositie van de Vale Gier. Zij hebben in de jaren zeventig de Vale Gier hier uitgezet omdat hij in Frankrijk met uitsterven bedreigd was. En jawel ze zijn hier gebleven en gaan broeden. Ze hebben nu ruim zeventig broedparen. Ook de Monniksgier (ca 10 broedparen) en de Lammergier (ca 6 broedparen) komen hier voor.

De Vale Gier is een roofvogel met een lengte van ca 110 cm en een spanwijdte van ca 235 cm. Hij is een aaseter en eet uitsluitend kadavers van o.a. schapen, geiten en ander klein wild wat in de bergen sterft. Hij kan zijn spijsvertering zo aanpassen dat hij enkele weken zonder eten kan. De Vale Gier is een aaseter die al vliegend zoekt naar karkassen van dieren als runderen, schapen enz.. Deze worden opgespoord met het uitstekende gezichtsvermogen. Met name de zachtere delen worden gegeten, zoals de spieren en de ingewanden. Door zijn lange nek zonder veren kan de gier zijn kop relatief ver in een kadaver steken zonder dat de veren blijven haken. Vale Gieren foerageren in groepen, waarbij de dieren elkaar goed in de gaten houden. Als één gier voedsel vindt, vliegt de rest mee naar beneden.

Noud Janssen, lid VWG ‘t Hökske

Top

Weidevogelseizoen 2017 | 10 juli 2017

Als we de laatste jaren berichtgeving doen over het verloop van het weidevogelseizoen is dit altijd een slecht bericht. Ook dit jaar is het weer niet anders. De neergaande lijn die zich al jaren geleden heeft ingezet loopt gestaag door. Ik heb nog niet alle gegevens binnen van de vrijwilligers, dus precieze getallen kan ik nog niet geven. Maar met de gegevens die we hebben, en de berichten omtrent de nog ontbrekende cijfers, geven aan dat het ook dit jaar weer een stuk minder is. Dat geld men name voor de Kievit. Eerst een vogel waar we ons de minste zorgen om maakte, nu de vogel die het ergste achteruit holt. De andere soorten zoals Grutto, Wulp en Scholekster kunnen ook niet meer achteruitgaan want dan zijn ze helemaal uit ons gebied verdwenen. Dit is echter niet alleen in onze regio, landelijk is het een bekend gebeuren. Over de oorzaken hebben we al meerdere keren geschreven. Dikwijls wordt dan het eerste de vos, marterachtigen, kraaien en roofvogels genoemd. Deze dragen hier inderdaad aan bij, maar dit is altijd zo geweest en zou ook bij voldoende vogels vrijwel geen invloed hebben op het geheel. Echter de moderne landbouw en landbouw methodes laten geen ruimte voor vogels in het landelijk gebied. We zien dit niet alleen bij de weidevogels, maar ook voor de andere vogels van het platteland wordt de noodklok geluid. Hoeveel Patrijzen, Fazanten, Veldleeuweriken zien we nog, wanneer hoor je de Kwartel nog roepen. Allemaal vogels die de oudere generatie zich goed voor de geest kan halen en die heel gewoon waren, nu zijn ze onderhand zo zeldzaam dat de jonge generatie ze nauwelijks nog kent. Gelukkig worden er al op plaatsen maatregelen genomen om met behulp van subsidies deze vogels voor ons land te behouden, zodat ze niet de weg van bijvoorbeeld de Korhoenders achterna gaan. Dit gebeurt echter alleen in die gebieden waar de kans op succes, dus waar de voorwaarden toch al goed waren, het grootst is. Moet de rest van Nederland het dan maar zonder deze vogels stellen? De tijd kunnen we niet terug draaien, maar er moeten toch mogelijkheden zijn om samen met overheid, landelijk, provinciaal of op gemeentelijk nivo, en met agrariërs hiervoor oplossingen te bedenken. Het zal dan wel nodig zijn om niet alleen het economisch belang in het oog te houden.

Hopende op betere tijden, Toon Selten.

Top

Vogeltellingen Elsbeemden 2017 | 1 juli 2017

Dit jaar hebben we weer volop broedvogels geteld in de Elsbeemden. Door een 14-tal tellingen hebben we alle vogels geteld die min of meer territoriaal gedrag vertonen. Dit varieert van de aanwezigheid van de vogel tot net uitgevlogen jongen. Alle tellingen worden door Sovon geclusterd, waardoor er een benadering komt van het aantal broedgevallen. Het moge duidelijk zijn dat het zien van net uitgevlogen jongen meer waarde heeft dat puur en alleen het één keer zien van een vogel. We moeten de telling formeel nog afronden, dus mag ik alleen nog maar de voorlopige cijfers geven. Dit jaar bracht een aantal tegenvallers. Opvallend was het zeer geringe aantal nachtegalen. De Elsbeemden is een van de, zo niet de meest intensieve gebieden met nachtegalen in Limburg. De laatste jaren tellen we er tussen de 7 en de 10. Dit jaar bleven we op 3 steken. Het begon veelbelovend, want ik had de eer om de eerste nachtegaal van Limburg waar te nemen. Maar daarna viel het stil. Wat heel goed mogelijk is, dat we bij de tellingen wel de pech hadden dat we erg veel koude ochtenden hebben gehad (met vorst). De ervaring leert dat de vogels dan toch minder actief zijn (energie sparen). Later toen het warmer werd, was het al te laat om de nachtegaal te horen. Half april tot half mee zingt hij namelijk het meest. Daarna zingt hij sporadisch en aangezien het een schuwe onopvallende vogel is, wordt het dan erg lastig om hem waar te nemen. Ook opvallend weinig sprinkhaanzangers dit jaar, met maar één waarneming ten opzichte van 4 à 5 de voorgaande jaren. Hier zijn dezelfde mogelijke verklaringen voor te geven als bij de nachtegaal. Maar we hebben gelukkig ook diverse meevallers. Zo hadden we sinds vele jaren weer een aantal keren een koppeltje mandarijneenden. Het mannetje is een pracht om te zien. Oorspronkelijk komt deze eend niet in Nederland voor; alleen in gevangenschap. Maar zo nu en dan ontsnappen er eenden en deze kunnen goed overleven in het wild. Inmiddels begint er toch een aardige populatie te ontstaan. Graag hadden we dit koppeltje met kuikens gezien, maar helaas weten we niet zeker of ze er gebroed hebben. Ook het aantal roofvogels is mooi. De buizerd heeft er zeker gebroed, maar ook wespendief, sperwer en boomvalk hebben zich dermate laten zien, dat we hier ook rekenen op broedgevallen. Sinds enkele jaren is de kievit ook weer terug in het gebied. In het begin zaten er 3 koppels die waarschijnlijk kuikens hebben gehad. Plotseling was echter alles weg en jonge kieviten hebben we helaas niet mogen zien. Aangezien de vos ook regelmatig in dit gebied rond loopt, vrees ik het ergste. Tot slot weer een mooi aantal kleine karekieten, bosrietzangers, roodborsttapuiten, geelgorzen, zwartkoppen, grasmussen, etc. Opvallend ook het vele malen zien en horen van de prachtige goudvink. En gelukkig jodelde de wielewaal er ook weer.

 

Kortom, wederom een boeiend jaar in de Elsbeemden. Ieder jaar weer leuke tellingen, maar helaas ook tegenvallende tellingen.

Het blijft natuurlijk natuur. Ik ben benieuwd wat volgend jaar gaat brengen.

John Raedts

Top

Water, niet alleen voor de mens belangrijk maar ook voor vogels | 25 juni 2017

De zomer was nog niet begonnen en een aantal dertigers (graden) staan al weer genoteerd. Hopelijk hebben meer warme dagen voor de boeg, al of niet in de dertig.  Vogels hebben dan, net als wij, extra vocht nodig. Ze drinken meer water en ze badderen er graag in, dit om af te koelen en dorst te lessen. Net zoals wij, de mens, drinken meer water of andere vloeistoffen en zoeken de koele plekjes op. Vogels moeten met warme dagen extra drinken om niet uit te drogen. Tijdens hete zomers wordt (schoon) water echter steeds schaarser; er zijn niet genoeg plassen en poeltjes om in te badderen of dauwdruppels om van te drinken. Wie geen vijver in de tuin heeft kan prima helpen door een schaal met water neer te zetten. Een ondiepe schaal is het dan het beste. Vogels zijn bang voor diep water, en drinken en poedelen het liefst in een badje dat lijkt op een plas water. Neem daarom een schaal met lage zijkanten die in het midden niet dieper is dan vijf centimeter. Zoek een goede plek uit: plaats de schaal zo dat katten er niet bij kunnen. Ophangen of op een verhoging zetten is een goede oplossing. Zet de schaal het liefst in de buurt van struiken, zodat de vogels kunnen vluchten bij gevaar. Vogels zijn kwetsbaar als ze nat zijn. Ook belangrijk is het water dagelijks te verversen, zeker met deze warme dagen. Ook vogels willen zich zelf in een goede conditie houden daarom is voor vogels badderen niet alleen om af te koelen, maar ook om hun veren in een goede conditie te houden. Om de veren isolerend en droog te houden poetsen vogels zichzelf regelmatig. Die poetsbeurt begint met een bad. Ze maken hun veren op die manier vochtig; zo kan het vet, afkomstig van hun eigen vetklier, beter over het verenkleed worden verspreid. Het invetten maakt het verenpak waterafstotend, zorgt ervoor dat de isolerende eigenschappen behouden blijven en misschien wel het belangrijkste: dat ze kunnen vliegen. Wist u dat vogels ook in de winter graag een bad nemen, dus zorg ook dan voor een schaal met vers water.

 

Voor meer informatie kijk dan ook op de website van vogelbescherming, gedeeltelijk is dit artikel ook van hun hand.

Voor meer info over de vogel werkgroep www.vogelwerkgroephokske.nl

 

Mvg en tot een volgende keer Ton Hagens

Top

Beleef de lente voor iedereen en van iedereen | 12 juni 2017

Beleef de lente voor jong en oud.

De lente heeft zich al van zijn goede kant laten zien, de zon scheen er lekker op los.De temperatuur was ver boven het gemiddelde van wat het normaal in deze tijd zou zijn. De zomer is in aantocht en vele vogels zijn begonnen met het broedzeizoen. Iedereen kent wel de mooie live vogelbeelden via beleef de lente. Beelden van de ooievaar van de ijsvogel op eieren ooievaars die al met broeden begonnen zijn. www.beleefdelente.nl 

Van de lente kan men er ook hier op vele manieren via de computer van genieten. Maar er zijn ook andere mensen die zich bezig hoeden met beleef de lente. Een team van echte natuurliefhebbers, waaronder de oud Sevenummer Lambert Cox, hebben door de jaren heen vele mooie opnames gemaakt over het leven van vogels. Beelden van de ijsvogel die een jaar lang gevolgd werd. Maar ook beelden genomen op verre afstand van de slechtvalk boven op een zendmast in Mortel. Hier is het wel en wee van de slechtvalk jaren achtereen gevolgd met alle mooie beelden van dien. Het werk van Lambert en zijn collega’s is te volgen op stichting Natuurkanaal, via www.natuurkanaal.nl komt de natuur in beeld en geluid naar u toe. Zeker een aanrader de komende maanden, een mooie lente gewenst.

 

Tot de volgende week, Ton Hagens

Top

Zeer zeldzame vogels | 4 juni 2017

Op de populaire website waarnemingen.nl kan iedereen op internet natuurwaarnemingen opslaan en zo delen met anderen. Het betreft waarnemingen van vogels, zoogdieren, vlinders, insecten, vissen etc. etc. Vogels worden qua voorkomen verdeeld in algemene, vrij algemene, zeldzame en zeer zeldzame soorten en afgelopen mei hadden we in Limburg een drietal zeer zeldzame soorten die aangetroffen werden. De start van deze zeer zeldzame exemplaren was op 15 mei met de grijze strandloper (Calidris pusilla) bij Lomm tussen Arcen en Velden. Deze soort is pas 11 maal in Nederland voor de kijkers gekomen en na het jaar 2000 pas 5 keer. Altijd aangetroffen langs de kust of in de Flevopolder maar nu door Huub Crommentuyn voor de eerste keer in Limburg gevonden. Op 16 mei dus een drukte van jewelste in Lomm met 150 tot 200 vogelaars die deze unieke vogel kwamen bekijken. De volgende dag was de vogel alweer gevlogen. De grijze strandloper is een Noord-Amerikaanse soort die af en toe in Nederland opduikt. Waar deze zo plotseling vandaan kwam zal wel altijd een raadsel blijven.                                                                    

grijs huub1

Grijze strandloper (Calidris pusilla) rechts op de foto: ©Huub  Crommentuyn.

 

De volgende zeer zeldzame soort werd 23 mei gemeld nl. de krekelzanger (Locustella fluviatilis). Tot het einde van de maand een zingend mannetje in Munstergeleen. Jaarlijks wordt deze dwaalgast wel in Nederland gezien maar voor Limburg was het pas de 4e melding. De kenmerkende zang van de krekelzanger doet denken aan een naaimachine op volle toeren en meestal te horen in Zuid-Limburg waar ook de voorgaande 3 meldingen vandaan kwamen nl. in 1996 bij Kerkrade en in 2007 en 2008 bij Brunssum. Het verspreidingsgebied van de krekelzanger ligt vanaf Duitsland richting Polen-Rusland en nu een zangvogel die te ver naar het westen is gevlogen.

 

De derde “zeer zeldzame” zangvogel werd op 26 mei gevonden bij grindgat Oost-Maarland onder Maastricht. Nu de orpheusspotvogel (Hippolais polyglotta) die echter voor Limburgse begrippen niet zo zeldzaam is want het broedgebied begint in het oostelijk deel van België en loopt tot in Spanje en Portugal. Jaarlijks wippen wel enkele exemplaren vanuit het oostelijke gedeelte van België over naar het zuidelijke gedeelte van Limburg. Deze is dus te ver naar het noorden gevlogen.

 

De voorjaarstrek zit erop dus de kans dat er nog zeer zeldzame soorten langskomen wordt kleiner maar je weet maar nooit …..

We laten ons verrassen.

 

Tot de volgende keer maar weer, Jan Peeters. 

Top

Wat is het lot van de Zomertortel? | 28 mei 2017

De Zomertortel beter bekend als Tortelduif (niet te verwarren met de Turkse Tortel) komt om deze tijd terug van het winterverblijf in Afrika. Ouderen onder ons zullen zich deze herinneren als een zeer algemene vogel van het platteland en we hoorden ze overal koeren. In de zeventiger jaren verbleven er ’s zomers 35.000 tot 50.000 paar in ons land. 20 jaar later was de populatie gekrompen tot 10.000 á 12.00 paar. Van 2013 tot 2015 is er onderzoek gedaan naar de aantallen en soorten vogels die in ons land broeden voor een nieuwe broedvogelatlas. Hieruit is gebleken dat er momenteel maar ± 2.000 paar nog in ons land broeden. Ze zijn dus hard op weg uit ons land te verdwijnen. Maar niet alleen in ons land is dit het geval. Ook in andere west Europese landen waar ze vroeger veel voorkwamen is dit hetzelde. Wat is de oorzaak voor deze achteruitgang? Hiervoor zijn meerdere oorzaken aan te wijzen. Dit zijn o.a. de intensieve landbouw. Doordat alles grootschaliger is geworden verdwijnen veel broedgebieden. Wallen en kleine bosjes zijn verdwenen. Maar hiermee zijn ook veel akkerranden verdwenen. En daarmee stroken met onkruid. Duiven zijn uitsluitend zaadeters en hebben behoefte aan veel onkruidzaden. Ook is graan veelal verdrongen door maïsakkers. Maar zeker niet alleen de landbouw heeft aan de teruggang bijgedragen. Met name de jacht is in veel Europese landen op deze vogels nog toegestaan. Vooral Spanje, Portugal, Frankrijk en Italië zijn koplopers als het om afgeschoten tortels gaat. Door deze en andere landen worden vele honderdduizenden duiven afgeschoten. Ook in hun overwinteringsgebied in Afrika met name in de Sahel verblijven ze dan, wordt het voor deze vogels steeds moeilijker door voedselgebrek, gebrek aan water en goede slaapplaatsen, maar ook door de jacht sterven hier duizenden tortels. Helaas wordt er ook daar volop op gejaagd. Er zijn zelfs Europese reisorganisaties die adverteren met tortelduivenjacht naar de gebieden zowel in Afrika als naar foerageer en slaapgebieden in Europa, als ze op trek zijn van Afrika naar de broedgebieden en omgekeerd. Het is daar dan gewoon prijsschieten. Als Eu moet in elk geval aan deze praktijk een halt worden toegeroepen, evenals de jacht op andere trekvogels. Bovendien zullen we ook in eigen land maatregelen moeten nemen om hier meer leefgebied en voedsel gebieden te creëren om de teruggang een halt toe te roepen. In Engeland heeft men hiertoe al maatregelen genomen en randen en percelen ingezaaid met plantensoorten die al vroeg in het voorjaar zaad geven zoals bijvoorbeeld duivenkervel. Ook vogelbescherming Nederland wil op kleine schaal volgend jaar in Zeeland gaan experimenteren. We zullen in elk geval iets moeten ondernemen om deze mooie duif met zijn zacht koerend geluid voor ons land te behouden. Daarvoor moet allereerst een einde komen aan de jacht langs hun hele trekroute en in het overwinterings gebied. In eigenland zullen we ook ruimte moeten scheppen waar ze kunnen broeden en foerageren.

 

Tot volgende keer Toon Selten

Top

Bezoek Biesbosch zeker de moeite waard | 21 mei 2017

Het was weer zover: het jaarlijkse uitstapje van onze vogelwerkgroep stond op de agenda. Ruim twintig mensen, leden en aanhang vertrokken op 5 mei richting Biesbosch om daar tot en met de 8 mei het gebied af te struinen op zoek naar vogels. Iets wat zeker goed gelukt is, maar daarover later meer. Tijdens ons jaarlijks weekend bezoeken wij altijd een gebied waar wij veel verschillende vogelsoorten verwachten en dit jaar was het de Biesbosch. Dit gebied is zeer waterrijk en bestaat uit een aantal riviereilanden en zand- en slikplaten op de grens van Noord-Brabant en Zuid-Holland. De rivieren Boven Merwede en Amer doorsnijden het gebied. Het is een getijdengebied, dus een overgang van zout naar zoet water met vele kreken en wilgenvloedbossen. Er zitten veel soorten vogels van water, wat niet verwonderlijk is, tot zangers zoals de bosrietzanger. Tijdens de vrijdag zijn wij rondgeleid door een gids van de plaatselijke IVN, deze heeft ons op de Zuidplaat een gebied laten zien waar in het verleden veel riet gewonnen werd.

Biesbosch hans peter groepsfoto KLEIN

Groepsfoto Weekend Biesbosch ©'t Hökske

 

De gids liet ook bijzondere planten zien van het gebied maar de meeste ogen waren niet gericht naar de grond maar naar de lucht. Als snel lieten zich de eerste watervogels zich zien. Zaterdag stond in het teken van de fluisterbootjes, dus vroeg in de ochtend zat het gehele gezelschap in drie bootjes om de Biesbosch van een andere kant te leren kennen. Natuurlijk leverde deze dag weer vele mooie vogels op. Het wegkapen van een jonge meerkoet door een meeuw was een hoogtepunt voor sommigen van ons, zielig maar zo is de natuur. Zondag fietsdag, met de fiets gingen wij nu het gebied in wat voor sommigen af en toe niet mee viel als je niet zo veel fietst. Maar iedereen meldde zich toch weer op tijd bij het ophaal punt van de fietsen. Daarna kwam de vertrekdag maandag. Na het gebouw weer netjes achtergelaten te hebben ging het richting Tiengemeten. Van dit eiland is de laatste 30 jaar de landbouw verdwenen en heeft het zich ontwikkeld tot een prachtig natuurgebied. Te voet hebben wij een gedeelte van het eiland verkend en onze laatste vogels van dit weekend gespot. In totaal hebben wij 134 soorten vogels gezien of gehoord, het varieerde van zang- tot roofvogel. Wilt u weten welke soorten of foto’s zien van het weekend ga dan naar onze website. www.vogelwerkgroephokske.nl. Natuurlijk was er tijd voor ontspanning en in de avonduren hebben wij ons prima vermaakt in ons groepsverblijf. Wilt u meer weten over andere activiteiten ga dan ook naar de eerdere genoemde website.

 

Klik HIER om de lijst van waargenomen vogels te zien.

Tot de volgende keer, Ton Hagens

  

Biesbosch collage Nora Nelissen

Collage Weekend Biesbosch ©Nora Nelissen

Top

De jufferkraanvogel (Grus virgio) | 11 mei 2017

jufferkraan1 Walter JansenMet zijn 85 tot 100 cm is de jufferkraanvogel de kleinste van de kraanvogelfamilie.  Zijn uiterlijke vertoning is kenmerkend: achter zijn ogen begint een witte markering die tot bijna halfweg de nek doorgaat. De voorkant van de nek is zwart met afhangende zwarte veren. De vogel is verder vooral lichtgrijs en weegt 2 tot 3 kg. Dit lid van de kraanvogelfamilie broedt van nature in Oostelijk Europa en Centraal Azië. De juffer overwintert in Afrika (vooral Soedan) en Zuid Azië. Omdat de vogel in met name Afrika overwintert dient het elk jaar twee maal de Himalaya over te vliegen. Tijdens deze barre vlucht (een van de zwaarste migraties in de vogelwereld) sterven veel vogels ten gevolge van uitputting of vallen ten prooi aan roofvogels. De wereldwijde populatie bestaat uit zo’n 280 duizend exemplaren. De jufferkranen die in Nederland in het wild worden waargenomen zijn veelal ontsnapte exemplaren. Vaak zijn deze exemplaren ook minder mensenschuw. Dutch Birding geeft aan dat er in Nederland verschillende waarnemingen zijn van de kraanvogels.

jufferkraan2 Walter Jansen

 

 

 

 

Foto: ©Walter Jansen   

 

 

 

  

  

In Echt Mariahoop en werd langere tijd een jufferkraan waargenomen in 1988, de melding dat het hier om een wild exemplaar zou gaan werd afgewezen want er ontbraken vleugelpennen. Een exemplaar in Twente (Haaksbergen) bleek na lange studies van de foto’s toch een metalen vleugelring te bezitten en was daarom wederom een ontsnapt exemplaar. Een juveniele vogel die in 2010 langs de kust van Zuid Holland vloog werd korte tijd later in Frankrijk waargenomen waardoor deze als wild werd aangemerkt. Elders in Europa zijn verschillende gebieden aanvaard als natuurlijk gebied waar juffers voorkomen. Hongarije en Scandinavië zijn zulke gebieden.

 

                          Foto: ©Walter Jansen

 

Het bleek het om dwaalgasten te gaan die, opmerkelijk genoeg, soms redelijk benaderbaar zijn. Soms komen de juffers mee met de kraanvogels (Grus grus) In het voorjaar trekken de juffers gelijktijdig met de kraanvogels, in het najaar is hun trek later dan hun soortgenoten. Bij het beoordelen van de natuurlijke herkomst van de vogels kan men in overweging nemen dat vogels in India worden bijgevoerd door de lokale bevolking om sterk de vlucht per het Himalaya gebergte aan te kunnen of om de winter goed door te komen. Dorpelingen strooien vele kilo’s rijst voor de vogels uit. Dit is met name ook vanuit hun respect voor de natuur en vanuit hun Hindoeïstisch geloof. Het dorp Khichan is als een magneet voor de kraanvogels. Elk jaar komen ze met duizenden naar dit dorp om zich te goed te doen aan het uitgestrooide graan. Opmerkelijk dat dir fenomeen, het voeden van de vogels, ertoe geleidt heeft dat jufferkraanvogels uit Azië minder mensenschuw zijn dan juffers uit andere delen van de wereld, die deze activiteit niet hebben meegemaakt.

De juffer in de Peel is niet mensenschuw en heeft geen pootring. Het kan dus een ontsnapt exemplaar zijn (zonder duidelijke ring) of een Aziatische die mensen als goeddoeners kent. Ik hoop het laatste maar denk het eerste.

jufferkraan3 Walter Jansen klein

Foto: ©Walter Jansen

Tekst en foto’s: Walter Jansen.

Top

Wordt de Putter een tuinvogel? | 4 mei 2017

De laatste maanden heb ik van enkele mensen vernomen dat ze en putter regelmatig in de tuin gezien hadden. Gaat hij daarmee de merel achterna. Dat was vroeger ook een schuwe bosvogel. Als het een tuinvogel zou worden zou dat wel een aanwinst zijn. Zeg nou zelf er zijn maar weinig vogels zo mooi gekleurd. Met zijn rood voorhoofd en keel, sterk afstekend tegen het wit en zwart van de rest van de kop, en het geel in de vleugels valt hij direct op. Van nature is de putter een vogel van de bosranden en struweel. Tegenwoordig ziet men hem ook steeds meer in parken, boomgaarden, erfbeplantingen en andere door de mens gevormde locaties en zelfs nu regelmatig bij mensen in de tuin. De oude benaming is distelvink. Dit is niet voor niets, ze voeden zich voornamelijk met de zaden van akkerdistels, kaardenbollen en klissen. Ze eten echter ook de zaadjes van paardenbloemen en andere composieten. Deze naam is dus heel toepasselijk. De naam putter hebben ze gekregen toen men ze in kooitjes ging houden. Hier leerden men ze om via een klein katrolletje met daaroverheen een touwtje een klein emmertje (b.v. een vingerhoedje) naar boven te trekken waar ze uit konden drinken. Gek genoeg is deze naam nu algemeen terwijl er nog wel vogels in gevangenschap worden gehouden, maar dan in grotere volières. Er zullen maar weinig putters zijn die het kunstje van putten nog kennen. Het zou mooi zijn als we van deze vogel ook in de tuin kunnen genieten. We kunnen dit natuurlijk wel bevorderen door het planten van distelachtige planten, zoals bijvoorbeeld, kogeldistel, kaardenbollen en andere bloemen waar ze graag de zaden van eten. Het zijn namelijk zaadeters net als andere vinkachtigen, alleen de jongen worden gevoed met insecten. Het aantal putters is de laatste jaren toegenomen, misschien wel omdat ze zich minder schuw gaan gedragen. We hopen dat deze tendens zich voortzet, want het zijn mooie vogels en er zijn al genoeg andere vogels waarvan de aantallen terug lopen.

 

 

Tot volgende keer, Toon Selten.

Top

Verslag Paaswandeling 2017 | 28 april 2017

Op 2e paasdag aan de wandel is zo slecht nog niet!

De wolken dreigden, maar er kwam geen regen tijdens de wandeling die georganiseerd werd door vogelwerkgroep ’t Hökske op 2e Paasdag. Om 9.00 uur gingen ongeveer 18 personen, jong en oud, vanaf natuur- en informatiecentrum Aan de Drift aan de wandel. De tocht voerde ons een stuk over de Heere Peel en een stuk in de Schadijker bossen. Je kon merken dat het voorjaar was want boomkruiper, boomklever lieten zich horen. De koolmees en pimpelmees lieten zich zien, de kuifmees zocht voedsel rondom een boomstam. De zang of roepjes van goudvink en appelvink waren duidelijk waar te nemen, ook zij zochten een partner voor dit broedseizoen. De grote bonte specht klopte er flink op los tegen de boomstam en liet zijn lok roepje tussen de bomen doorgalmen. Hoog in de lucht zweefde de buizerd zijn rondjes.

Ondanks dat de gids af en toe de weg een beetje kwijt was, was het gezelschap rond 11.00 uur toch terug bij Aan de Drift. Binnen komend kwam de geur van verse koffie ons al tegemoet. Na nog een tijd samen gezeten te hebben ging ieder weer zijn weg om 2e paasdag verder voort te zetten. Het begin was geslaagd en ik hoop dat alle aanwezigen nog een mooie dag gehad hebben.

 

Paul en Petra van Aan de Drift, bedankt en tot de volgende keer.

drift1

Top

Verslag lezing blauwe kiekendief | 23 april 2017

Wat doet de blauwe kiekendief in het Meinweg gebied?

Tijdens de lezing op 5 april door Peter Heuts en Ernest van Asseldonk, beiden verbonden aan stichting Koekeloere, kregen de aanwezigen hier een antwoord op. Maar eerst wat feiten. De blauwe kiekendief overwinter elk jaar in het Meinweg gebied. Mensen van stichting Koekeloere wilden wel eens weten wat de kiekendief hier deed, waar hij van afkomt en weer heen gaat. Daarom is er van 2011 tot nu toe een onderzoek gaande om antwoorden te vinden op deze vragen. Elk jaar rond oktober komen er een 20 tal vogels naar het Meinweg gebied. Overdag jagen zij in gebieden buiten de Meinweg, bv veel in Duitsland, maar als het donker wordt verzamelen veel van deze vogels zich in de Meinweg om te slapen. Dit doen zij op de grond tussen de oude hoge heide planten, zoveel mogelijk beschermd voor predatoren zoals de vos. Dit slapen doen de kieken tot ongeveer april, dan vertrekken de vogels weer naar hun broedgebieden. Het gebied is aantrekkelijk omdat de percelen heide groot zijn en er geen werkzaamheden voor 10 uur en na 15 uur plaatsvinden. Het zou mooi zijn als het gedeelte van de Meinweg een kiekendief reservaat zou worden. De onderzoekers hebben door bv voor zonsopgang aanwezig te zijn in het gebied de vogels bijna gelijktijdig elke morgen zien vertrekken naar hun jachtgebieden. Bij het invallen van de nacht komen zij een voor een binnen druppelen. Omdat het aantal vogels niet altijd hetzelfde was kun je er vanuit gaan dat vogels ook op andere plekken slapen, zoals vlakbij hun jachtgebied in bijv. één jarige aspergevelden. Om te weten te komen waar de vogels vandaan komen en waar ze heen gaan zijn er in de periode 2013-2015 5 vrouwtjes gezenderd. Hierdoor kon men ze de afgelopen jaren volgen. In de winter periode waren hun vliegbewegingen van slaapplek naar jachtgebied, maar in de rest van het jaar kon men de trekroutes zien en de plekken waar de vogels de zomer doorbrengen. Dit varieerde van in de nabijheid van Stalingrad, Moermansk, Finland en zelfs Nova Zembla. Peter en Ernest nemen aan dat de Meinweg niet de enige slaapplaats is voor de kiekendief, misschien de Mariapeel? Als er de tijd voor is en de mensen er voor zijn is dit een mooie uitdaging voor onze vogelwerkgroep om dit uit te zoeken.

blauwe kiek man Geert Lamers

Blauwe kiekendief (Circus cyaneus) Foto: ©Geert Lamers

 

Dank aan Peter en Ernest want nu weten wij wat de blauwe kiekendief doet in het Meinweg gebied. Als u meer wilt weten over de kiekendief neem dan gerust contact met ons op.

Tot de volgende keer, Ton Hagens.

Top

2017, het jaar van de koekoek | 17 april 2017

Een koekoek is vrijwel voor niemand een onbekende vogel, tenminste wat het geluid betreft. Zien is een andere zaak. Toch heeft men in deze tijd de meeste kans om een koekoek te zien. De mannen moeten nu op zoek naar een vrouwtje waar ze mee kunnen paren. En ze houden het niet bij een, maar ze paren met zoveel vrouwtjes als ze kunnen. Daarom hoort men ze in het voorjaar vooral. De eerste koekoek is reeds door een lid van onze werkgroep waargenomen. Een koekoek is slank met spitse vleugels. Daardoor lijken ze wel wat op een sperwer ook de gestreepte kleur van de borst komt daarmee overeen. Op de rug zijn ze blauwgrijs. Ze hebben een lange afgeronde staart, en zijn ongeveer 32 to 36 cm lang, dus zoiets als een duif. Het geluid dat de mannen maken is bekend, daar hebben ze hun naam ook aan de danken. Dat noemt men met een geleerd woord een onomatopee. Het geluid van het vrouwtje is heel anders en klinkt meer als giechelend ”gigigigi”.

koekoek

Koekoek (Cuculus canorus) ©'t Hökske

 

Dat 2017 uitgeroepen is tot het jaar van de koekoek door Sovon vogelonderzoek is natuurlijk niet voor niets. Want de bekende roep van het koekoek horen we steeds minder. In west Europa zijn we in enkele tientallen jaren zowat de helft van de koekoeken kwijtgeraakt. We weten niet precies waardoor dat komt. Het kan met de verandering van het klimaat te maken hebben. De meeste onder ons weten wel dat de koekoek een broedparasiet is die een eitje legt in het nest van een kleine zangvogel en die het verder laat uitbroeden en groot brengen. Omdat door de opwarming deze vogeltjes steeds vroeger gaan broeden kan het zijn dat ze te laat arriveren. Het kan er ook mee te maken hebben dat het met de vogels waar ze hun eitje bij in het nest deponeren de zogenaamde waardvogels zoals graspieper en gele kwikstaart ook slecht gaat. Ook kunnen de omstandigheden waarin de vogels de winter in Afrika doorbrengen van invloed zijn. Door ontbossing, droogte enz. verslechteren ook de leefomstandigheden. Om hier meer inzicht in te krijgen gaat Sovon vogelonderzoek Nederland en de Vogelbescherming hier onderzoek naar doen. Ze roepen daarbij de hulp in van Vogelwerkgroepen en andere vogelbeschermers.

 

Tot volgende keer Toon Selten.

Top

Uitnodiging lezing blauwe kiekendief | 2 april 2017

De kiekendief op de Meinweg, wat doet die daar precies?

Over deze vraag gaat de lezing op 5 april bij de Sevewaeg in Sevenum. Ernest van Asseldonk van de Stichting Koekeloere zal op deze vraag antwoord op geven tijdens de lezing. De avond begint om 20.00 uur en de toegang is gratis.

 

Stichting Koekeloere, opgericht in 2007, viert dus dit jaar haar 10-jarig bestaan. Ze houdt zich al bijna 7 jaar bezig met de Blauwe kiekendieven. Deze vogel is een echte wintergast in Nationaal Park de Meinweg. Enkele jaren geleden zijn verschillende vogels gezenderd en de lezing gaat over de resultaten van meerjarige tellingen van kiekendief slaapplaatsen op de Meinweg, gecombineerd met resultaten van vijf GPS gezenderde vrouwtjes. Deze vrouwen zijn op één van de slaapplaatsen geringd en van zender voorzien zodat we weten waar ze ’s winters fourageren en ’s zomers broeden. Door de zendering zijn ook de trekroutes van deze dames zo bloot gelegd. Iets wat mooie resultaten heeft opgeleverd. Ernest Asseldonk en Peter Heuts houden zich al jaren hiermee bezig en door hun ervaring in staat om een mooie lezing te geven over de resultaten.

Wilt u alvast wat meer weten ga dan naar de site www.stichtingkoekeloere.nl waar u door verder te klikken meer informatie kunt vinden over dit onderzoek.

De avond is gratis maar een vrijwillige bijdrage is altijd welkom. Deze zal in zijn geheel gaan naar stichting Koekeloere. Hiermee kunnen zij hun werk verder voortzetten.

 

Hopelijk mag ik u begroeten op 5 april a.s. in Sevenum.

Met vriendelijke groeten, Ton Hagens

Top

Lezing blauwe kiekendief | 2 april 2017

Roofvogels hebben voor veel mensen meer belangstelling dan andere vogels. Waarschijnlijk komt dit omdat ze dikwijls wat geheimzinnig overkomen. We weten er nog niet zo veel van. Hun nesten zijn goed verborgen als ze op de grond broeden. Als ze hoog in de bomen broeden zijn ze onbereikbaar om er een blik in te werpen. De laatste jaren is daar wel verandering in gekomen dankzij webcams die geplaatst zijn, denk maar eens aan “Beleef de lente”. Op buitenlandse sites komen nog meer Roofvogels in beeld dan onze uilen en Slechtvalk op “Beleef de lente”. Toch willen we er altijd meer van weten. Een van deze roofvogels waar we eens nader het licht op laten schijnen middels een lezing op 5 april door de heren Peter Heuts en Ernst Asseldonk is de Blauwe kiekendief.

De Blauwe kiekendief is een flinke roofvogel, die je kunt herkennen aan de lange vleugels en staart en aan de lage glijvluchten met in ondiepe omhooggehouden vleugels. Het mannetje en vrouwtje verschillen aanzienlijk in verenkleed. Het mannetje is kleiner (altijd bij roofvogels) en heeft een grijsblauwe kop, rug en staart. De donkere achterrand van de vleugels, de brede zwarte vleugelpunten zijn goede kenmerken. Het vrouwtje is bruin gestreept. Opvallend is de witte stuit (de plaats waar de staart aan het lichaam zit), bij zowel mannetje als vrouwtje die in vlucht een duidelijk onderscheid met de bruine kiekendief vormt.

blauwekiek Geert Lamers

Blauwe kiekendieven (Circus cyaneus), Foto: ©Geert Lamers

 

Blauwe kiekendieven leven in open, vochtige gebieden en bouwen hun nest op de grond. Randgebieden van meren zijn favoriet, evenals moerassen met een lage, dichte vegetatie en brede rietkragen. Ook in vochtige duinvalleien en op heidevelden kan men ze aantreffen Op het menu staan kleine zoogdieren: (jonge) konijnen en muizen. Maar ook kleine vogels worden regelmatig verschalkt. Blauwe kiekendieven worden vaak gezien op gemaaide hooilanden, waar ze muizen vangen die zich verschuilen in plukken hooi. Het gaat niet goed met de blauwe kiekendief. Ze komen nog maar op enkele plaatsen voor in Nederland. Hier broeden ze vooral op de Waddeneilanden, in de Oostvaardersplassen en in Friesland. 

blauwe kiek man Geert Lamers

Blauwe kiekendief ♂ (Circus cyaneus), Foto: ©Geert Lamers

 

Het mannetje van Blauwe Kiekendief is polygaam, en kan er  meerdere vrouwtjes op nahouden. Ooit is op Terschelling een mannetje met 7 vrouwtjes aangetroffen. De populatie uit Nederland overwintert grotendeels in West-Europa (o.a. Frankrijk). De vogels die we in de winter in Nederland aantreffen komen voor het merendeel uit Scandinavië. Enkele exemplaren uit Nederland blijven echter in ons land. Ook in onze omgeving zijn in de winterdag Blauwe kiekendieven waar te nemen.

 

Wil je meer te weten komen over deze toch enigszins geheimzinnige vogel kom dan op 5 april om 20.00 uur na de lezing over deze vogels.

De lezing wordt gehouden in Horeca `De Sevewaeg`Markt 1 Sevenum tegenover de Kerk.

 

Toon Selten.

Top

Weidevogelbescherming | 2 april 2017

U zult het ongetwijfeld vanuit de media vernomen hebben. Het aantal boerenlandvogels is met ruim twee en een half miljoen afgenomen ten opzichte van de jaren 60 van de vorige eeuw. Dit is 70% gemeten over heel Nederland. Hierbij zijn ook de gebieden meegerekend waar door bijzondere maatregelen te treffen, de stand voor een gedeelte weer bijna op het oude niveau is. Dit is met name op de veenweide gronden waar door subsidies van het rijk en andere instanties op een meer traditionele manier het land bemest wordt, de grondwaterstand verhoogd is, en een aangepast maaibeheer geldt. In onze omgeving en in het algemeen op de zandgronden is de stand nog veel meer afgenomen. Hiermee zijn niet alleen de specifieke weidevogels bedoeld zoals we ze hier kennen, Kievit, Grutto Wulp en Scholekster, Maar waar zie je nog de Patrijs, afgenomen met 93%. de Veldleeuwerik, afgenomen met 62% of hoor je nog de Zomertortel, afgenomen met 92%. Je maakt er elkaar op opmerkzaam als je ze hoort of ziet, terwijl hun aanwezigheid vroeger heel gewoon was. Het hoorde er gewoon bij. Nu ligt natuurlijk niet alle schuld alleen bij de moderne landbouw. Ook het ontrekken van landbouwgrond voor woningbouw, wegen en industrie heeft hier aan bijgedragen. Uit eigen ervaring weet ik dat we op de plaats waar zich nu Tradeport west bevindt we een zeer goed weidevogelgebied hadden. We kunnen de tijd niet terugdraaien, maar willen we nog enige boerenlandvogels behouden, dan zal er toch wat moeten gebeuren. Kan er niet wat meer gebruik gemaakt worden van “Bloemrijke akkerranden” op wat onrendabele stukken of natte percelen. Of het bermen maaien zeker in het buitengebied te beperken. In de provincie Groningen is men een project met brede akkerranden gestart, ten behoeve van de Grauwe kiekendief die daar nog voorkomt. Dit heeft niet alleen resultaat voor de Kiekendief maar het blijkt ook dat de andere akkervogels er van profiteren. Ook in Limburg waar men jaren geleden bij Sibbe een hamster reservaat gemaakt heeft, zitten ook volop Veldleeuweriken en Patrijzen. Op de openingsavond voor weidevogelbeschermers door het IKL kwam naar voren dat in Limburg, Nederweert nog de enige gemeente was waar van een redelijke weidevogelstand gesproken kon worden. Laat dat nu ook de gemeente zijn waar een tiental jaren geleden het bermen maaien zoveel mogelijk is beperkt waarna als snel werd geconstateerd dat een aantal vogels daarna was toegenomen, met name de Roodborsttapuit. Blijkbaar profiteren er ook de weidevogels van. Dit is niet zo raar als men bedenkt dat de kuikens van deze vogels het moeten hebben van insecten als voedsel. Deze insecten vindt men met name in lange vegetatie en op bloemen. En die vindt je tegenwoordig bijna nooit in weilanden laat staan op akkers. Daarom maai geen bermen of slootkanten als het niet strikt noodzakelijk is. Vraag je af of een beetje onkruid op de akker zo nadelig is. We zijn weer begonnen met weidevogelbescherming. De eerste Kievit eieren zijn twee weken geleden al gevonden op een perceel op het Kleef. We doen ons best om het beetje wat er nog is te behouden, maar als de kuikens uit komen en er is geen voedsel dan worden er geen groot en is alle moeite voor niets geweest.

 

Tot volgende keer Toon Selten.

Loop u mee op 17 april 2e Paasdag? Wandeling start om 9.00 uur bij de parkeerplaats bij Aan de Drift op de Lorbaan. Tot dan!

Top

Vogeleiland Texel | 20 maart 2017

Zoals elk jaar heb ik in de winter een bezoek gebracht aan een van onze Waddeneilanden. Waarom in de winter zult u zich afvragen. De voornaamste reden is de grote groepen ganzen en met name de rotganzen die daar dan verblijven. En de eventuele roodhalsganzen die daar soms tussen zitten. Deze soorten ganzen kom je in het binnenland nergens tegen. Natuurlijk zijn er ook andere ganzen die daar de winter doorbrengen, o.a. brandganzen in grote getale. Maar ook andere wintergasten uit het hoge noorden kom je daar tegen. Verschillende soorten plevieren, strandlopers en andere wadvogel zijn er bij duizenden aanwezig. Ook eenden die we hier in de zomer hier en daar zien, zitten daar in grote groepen bij elkaar. Zo ook de scholeksters en wulpen. Als deze groepen wulpen opvliegen doet het denken aan de zwermen spreeuwen die we hier in het najaar kennen. Dit keer was Texel weer aan de beurt. Texel wordt het vogeleiland bij uitstek genoemd en dat is ook zo. Zowel in de winter met de wintergasten als in het voor- en najaar als de vogels op trek zijn, maken duizenden van deze vogels gebruik om een tussenstop te maken om weer op krachten te komen, na de zee te zijn over gestoken, of als foerageerplaats alvorens ze de zee weer oversteken. Ook in de zomer krioelt het er van de vogels. Veel daarvan hebben de winter doorgebracht in Afrika. Denk bijvoorbeeld aan de lepelaars die daar in drie kolonies broeden. Doch ook een viertal soorten sterns vindt er uitgebreid broedgelegenheid. En vele, vele andere soorten. Doordat in 1953 Texel ook getroffen was bij de watersnoodramp heeft men daar de waddendijk ook op Deltahoogte gebracht. De klei die daarvoor nodig was heeft men vlakbij afgegraven dit heeft een aantal mooie natuurgebiedjes opgeleverd. Ik denk hierbij aan het “Ottersaat”, de “Zandkes”, “Dijkmanshuizen”, “Munkewaal” en de “Bol”. Het voordeel hiervan is dat ze langs de dijk met een weg erlangs liggen, zodat je ook bij slecht weer vanuit de auto deze goed kunt bekijken. Er zijn zelfs speciale parkeerplaatsen voor aangelegd. Deze weg wordt ook wel de Vogelboulevard genoemden begint net boven Oudeschild en eindigt met de “Roggesloot” bij de Cocksdorp, helemaal in het noorden. Er zijn nog een aantal bekende vogelplaatsen zoals de “Schorren” tegen de dijk in de Waddenzee. De “Volharding”, de “Robbenjager” en de “Tuintjes” bij de vuurtoren. De bekende “Slufter” en de “Muy” in de duinen. De “Mokbaai”, de “Geul” en de “Horsmeertjes” vlak bij de haven. In het midden van het eiland ligt nog een groot gebied “Walenburg” en nog heel veel kleine stukjes natuur. Texel doet er ook alles aan om het voor vogelaars interessant te maken. Samen met natuurmonumenten is er een paar jaar geleden een nieuw gebied aangelegd “Utopia”. Ook afgelopen jaar hebben ze weer een nieuw gebied gerealiseerd nabij de Cocksdorp ”Dorpszicht” genaamd. Dit is pas klaar en voorzien van een mooie kijkwand. Doordat er weer dijkonderhoud plaatsvindt, levert dit tevens opnieuw uitbreiding plaats van de vogelgebieden. Ook zijn dit jaar twee oude eendenkooien met behulp van vrijwilligers weer opgeknapt en in de oude staat hersteld. Zo doet Texel en zijn bevolking er alles aan om de naam Vogeleiland waar te maken. Daarom is het een van mijn favoriete vogelgebieden.

 

Tot volgende keer Toon Selten.

Top

De pijlstaart | 11 maart 2017

Na een paar dagen op Ameland te zijn geweest in de carnavalsvakantie mag ik bedenken waar ik het het artikeltje over schrijf.

 

Op Ameland, bij de meeste wel bekend, zijn ook in de wintermaanden veel vogels te zien. We hebben echter maar 1 pijlstaart gezien. De naam komt werkelijk van zijn pijlstaart, die de vogel een sierlijke vlucht  geven. De pijlstaart komt in grote gebieden ten Noorden van ons voor. Wij zijn als Nedrland zo’n beetje het grensgebied van het voorkomgebied van de pijlstaart. De pijlstaart broedt maar zelden in Nederland en staat op de rode lijst van bedreigde vogelsoorten.

 

Pijlstaart © 

 

De pijlstaart is een uitstekende broeder. Een legsel kan bestaan uit 6 tot 12 eieren. Mocht het eerste legsel verloren gaan dan begint de vogel aan een nieuw legsel. Het nest wordt bij voorkeur in begroeiing gemaakt, maar wel op een droge bodem. De jongen vloegen na ongeveer 6 weken uit. Bekend is dat de pijlstaart met name ook in de wadden overwintert (naast grote meren en delta’s). Door zijn lange nek kan de eend op net iets grotere diepte naar voedsel zoeken in het watwer waardoor er niet direct concurrentie bestaat met andere eenden.

 

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen

5-15 (in 2008-2011)

Geschat maximum aantal overwinteraars/doortrekkers

19.000 (in 2005-2010)

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

 

De pijlstaart zoekt vaak het gezelschap van andere soorten eenden op De pijlstaart die wij zagen was in gezelschap van een twintigtal slobeenden, een 100 smienten en een paar tafeleenden. Gedurende hun trek worden ze niet vaak waargenomen omdat ze met name ’s nachts, op grote hoogte trekken.  Als je ze kunt waarnemen dan zijn ze goed te herkennen aan hun bouw. Ze vliegen in een kleine v-formatie of in kleine groepen.

Top

 

Middelste bonte specht in de Heesbeemden | 27 februari 2017

Op 19-2 waren 2 mensen van onze VWG aan het zoeken naar een Middelste bonte specht in het Linderstraatje en in de Heesbeemden. Na aanleiding dat er een paar weken daarvoor er 1 was gezien door een andere ervaren vogelaar. Deze soort is flink in opmars, vooral in Noord Brabant, Zuid Limburg, Twente en de achterhoek doet die het goed, Hier in de buurt was die nog alleen maar gezien op de Hamert en in Geijsteren en 1 melding van een karteerder in Kaldenbroek. De vogel lijkt veel op de zijn grotere broertje de Grote bonte specht maar is klein beetje kleiner, niet zo erg gegolfde vlucht als de grote en heeft een roze anaal streek en voor op de buik gestreept, maar ook een rood petje op het hoofd, Het heeft ook een verschillende aantal roepjes wat de andere spechten niet hebben. De datum grens om hem als territorium te kunnen tellen was net 1 dag te vroeg, hopelijk word die nog terug gevonden. Ook hadden ze die dag alle 5 de soorten spechten in dit gebied, Grote Bonte specht, Middelste bonte specht, Kleine bonte specht, Zwarte specht en de groene specht. Mochten lezers van deze artikel de vogel ook zien of in een ander locatie in onze omgeving dan vinden wij het heel leuk vinden als dit gemeld word bij ons. Hij komt vooral voor in oudere eikenbossen en met mijn eigen idee is er vaak ook water of een meertje in de buurt, Hij roffelt niet vaak en alleen vanaf ongeveer eind januari zingt hij een paar maanden en dan is die weer stil. Het territoriale zang lijkt ook op het geluid van een gaai of havik. In een strengere winter willen ze ook nog wel eens op een voedertafel komen.

 mibo Geert Lamers

 Middelste bonte specht @ Geert Lamers

(niet in de Heesbeemden gemaakt)

 

Voor meer informatie over onze vogelwerkgroep kijk op www.vogelwerkgroephokske.nl

Geert Lamers

Top

Waar zit de klapekster? | 19 februari 2017

Zondag 19 februari, het is fris aan het einde van de Zwarte Plakweg. Bijna tien mensen hebben zich verzameld voor de jaarlijkse telling van de Klapekster. De Klapekster is geen familie van de Ekster maar behoord tot de Klauwieren en de Ekster zit in de familie van de Kraaien. Genoeg over de familie perikelen en aan de slag. Na een verdeling van de aanwezigen over de drie wandelroutes in de Mariapeel, de plek waar de Klapekster zich regelmatig vertoont, ging iedereen op stap. In ben vertrokken in een gezelschap van twee andere heren en gewapend met verrekijkers en gekleed in warme kleding was het zoeken, waar zit de Klapekster? Deze vogel laat zich regelmatig zien hoog in een boom of struik, op zoek naar een prooidier bestaande uit veldmuizen en andere kleine dieren. Deze prooi spiest hij aan doorn van een struik om hem daar op te eten of mee te nemen naar zijn kinderen in het nest. Het nest zullen wij in Nederland niet vinden want hij broedt in het hoge noorden. De wandeling verliep voorspoedig en kijkende door de verrekijker zagen wij een vos. Langzaam liep hij van ons af want hij had ons natuurlijk al eerder gezien. Verder de vos volgend vloog plotseling een vogel voorbij, en u raad het al: de Klapekster. Onze missie was geslaagd maar nog niet afgerond. Zouden de andere groepen ook een Klapekster zien? Het verlossende schriftelijke bericht kwam via de app binnen. Alhoewel, verlossend woord mag ik niet zeggen want er is geen woord gewisseld. Ook een van de andere groepen had een Klapekster gespot, dus het totale aantal kwam hiermee op twee vogels en daarmee een mooie opbrengst van deze wandeling. Twee zult u denken, en daarvoor gaan jullie twee uur wandelen in de kou? Ja, twee klinkt niet veel. Toch waren wij zeer tevreden want tijdens de jaarlijks terug rugkomende telling komen wij ook wel eens met het aantal van nul Klapekster naar huis.

 

Dus namens alle aanwezige tellers, Klapeksters bedankt. Vanaf deze plek wensen wij allen die carnaval gaan vieren veel plezier. Diegenen die hier niks mee hebben en toch vrij zijn wensen we mooie dagen.

Tot de volgende keer. Alaaf, Ton Hagens.  

Top   

Het voorjaar in aantocht? |13 februari 2017

Afgelopen week hebben we nog weer eens wat winters weer gehad. Deze week lopen de temperaturen weer flink op. Dat kan men direct in de natuur waarnemen. Zodra het een graad of tien is en het zonnetje schijnt wagen de eerste bijen zich buiten. De vroegste lenteboden laten dan van zich horen. We kunnen dan de voorzichtige eerste zang van deze vogels beluisteren. Als klinkt het voor ons soms wat saai, maar men hoort de Houtduif zeer regelmatig al. Ook de Koolmees doet al pogingen een vrouwtje te imponeren. In de bossen hoort men de roffel van de Grote bonte specht. Van deze vogel is door waarnemingen van vrijwilligers duidelijk geworden dat deze de laatste jaren door elkaar genomen veel vroeger begint dan ± 15 jaar geleden. De Zanglijster ook een van onze voorjaarsbodes begint daarentegen de laatste jaren steeds later. Een voorjaarsbode die vrij consequent op dezelfde tijd begint is de Vink met zijn bekende vinkenslag. Deze trend is aan het licht gekomen doordat veel vrijwilligers de datums dat ze deze vogels voor het eerst horen zingen jaarlijks doorgeven. Of ze nu vroeg beginnen of later, het blijft altijd een fijn moment als men deze vogels weer voor de eerste keer hoort. Het geeft in elk geval aan dat het voorjaar in aantocht is. Dat wil nog niet zeggen dat we de winter gehad hebben, maar voor mensen die niets met de winter op hebben, geeft het aan dat er betere tijden aanbreken.

Kleine Bonte Specht KLEIN Geert lamers

Kleine bonte specht (Dryobates minor) ©Geert Lamers

 

Voor de Vogelwerkgroep betekent dat, dat er langzaan aan een drukkere tijd aanbreekt. We gaan o.a. met de fiets ‘s avonds op zoek naar Steenuilen locaties. Dit doet men door het geluid van de Steenuil op diverse plaatsen af te spelen. Als er eentje in de buurt is, laat deze dan van zich horen. Elk jaar wordt een gedeelte van Sevenum en Horst Melderslo of Meterik onderzocht. Zodoende krijgt men een goed beeld van deze locaties. 20 februari starten we weer met de voorjaarscursus vogels herkennen voor beginners. Hierbij beginnen we ook met de vogels die we hier het eerste horen, daar komen later de zomergasten bij die allemaal vanuit het zuiden nog hier moeten komen. In elk geval al zijn ze er nog niet we kunnen ons alvast verheugen op datgene wat er weer aan zit te komen.

 

Tot volgende keer Toon Selten.

Top

Voorjaarscursus vogelherkenning 2017 | 6 februari 2017

Nieuwe cursus vogels herkennen voor beginners.

Het voorjaar staat nog wel niet direct voor de deur. Maar toch zijn er al tekenen dat we de goede kant op gaan. Je hoort nu al geregeld de zang van vogels welke niet weg zijn geweest. Zoals de koolmees die soms al voorzichtig wat probeert,. Ook de merel hen ik reeds gehoord en zo zijn er al meer die voorzichtig hun zang uittesten. Het is dan natuurlijk wel leuk als je weet welke vogel er zingt en hoe die er uit ziet. We zijn in Noord-Limburg en Oost Brabant best rijkelijk bedeeld met mooie natuurgebieden waar het prettig wandelen en fietsen is. Als je dan de vogels hoort zingen en je weet welke het is en hoe die er uitziet geniet je dubbel. Daarom organiseert Vogelwerkgroep 't Hökske Sevenum-Horst ook dit jaar weer een cursus voor mensen die dat willen leren. Onder leiding van vrijwilligers die grote ervaring hebben in het herkennen van vogels wordt u getraind om de meest voorkomende vogels ook te leren herkennen. Het betreft vooral de vogels die we ook in onze tuin en directe omgeving kunnen waarnemen.

Dit gebeurt door een drietal theorie avonden welke gepland staan op 20 Februari, 13 maart en 27 maart.

cursus praktijk

Praktijk cursus ©'t Hökske

 

Met behulp van een PowerPoint presentatie, kunt u de vogels bekijken waarbij telkens de zang van betreffende vogel ten gehore wordt gebracht. Door hier zo veel mogelijk ezelsbrugjes bij te bedenken, vormen dat geheugensteuntjes die later van pas komen om de vogel te herkennen. Daarnaast worden mimimaal 3 excursies georganiseerd waar het geleerde in de praktijk wordt getoetst. Dit doen we op verschillende locaties met verschillende soorten begroeiing waardoor men ook met verschillende soorten vogels leert kennis maken. Op de theorie lessen wordt naast het leren herkennen van vogels ook aandacht besteed aan achtergrond informatie van de vogels. Ook ontvangt u een klapper met daarin een heleboel informatie over vogels en al wat daar mee samen hangt. De theorielessen worden gegeven op bovenstaande datums welke steeds op maandag vallen, in horeca bedrijf "De Sevewaeg" aan de Markt in Sevenum tegenover de kerk. De aanvang is telkens om 20.00 uur. De praktijk lessen in de vorm van excursies worden in overleg met de cursisten vastgesteld, maar zullen op zondag of zaterdag plaats vinden.

 

De kosten bedragen € 25,00 inclusief klapper en koffie of thee. 

Voor eerdere cursisten die het geheugen willen opfrissen worden geen kosten voor de cursusmap in rekening gebracht en deze kunnen deelnemen voor € 15.00 voor de koffie of thee. De autokosten voor de excursies worden gezamenlijk gedragen.

 

Voor inlichtingen en of opgave; kunt u terecht op onderstaand adres.

 

Voor informatie of opgave Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  of Tel 077-4652696 

Kijk ook op onze website www.vogelwerkgroephokske.nl

Top

 

De Goudvink (Pyrrhula pyrrhula) | 21 januari 2017

Deze, zeer mooie opvallende, kleine vink komt voor in dicht struikgewas, heggen, dichte verwoekerde sloten en boomgaarden. Vooral het mannetje is vaak goed te zien door zijn “gouden” buikje maar dit is meer oranjegrauw. Met zijn zwarte kop en zwart met grijze vleugels valt hij goed op. Het vrouwtje heeft een meer grijze dan oranje buik en haar nek tot de staart is meer bruin dan grijs. De stuit is wit en heeft korte pootjes. De goudvink is met geen enkele andere vogel te verwarren. In Sevenum is hij regelmatig te zien in de Heesbeemd vlak bij t ooievaarsnest. Let wel, ze zijn vaak schuw en zitten hoger in ‘t struikgewas. Zelden zitten ze in toppen van bomen. Nu na een aantal jaren komen ze steeds terug op de dezelfde plek.In geheel Europa komen ze voor behalve in het zuiden van Spanje en Noord-Scandinavië. Hij blijft het gehele jaar in Nederland en trekt dus niet naar ‘t warme zuiden. Wel is het zo dat er Scandinavische vogels in de duingebieden van ons land komen overwinteren. In de struiken zit hij de buiten lagen van een knop van een bloem weg te eten of de zaden van een es en/of esdoorn. Het meeste plezier heeft de goudvink toch wel aan de knoppen van fruitbomen om deze op te eten. Ook bramen of bosbessen eet deze vink graag. De goudvink is iets groter dan de mus met een gewicht van 20 tot 25 gram. Ze leven vaak in groepjes van een paar goudvinken bijeen en houden contact door een zacht en laag gefluit. In de lente laten ze een gefluit horen met wat krakende geluiden erbij. Het vrouwtje broedt de 4 – 5 eieren in twaalf tot veertien dagen uit en na een kleine drie weken vliegen de jongen uit.

 

Tot volgende keer Marcel Hendriks.

Top

Wie het weet mag het zeggen!! | 16 januari 2017

Vanuit de Britse ornithologische organisaties (BTO) wordt melding gemaakt van een opvallend gebrek aan pimpelmezen, mogelijk veroorzaakt door een ongebruikelijke natte zomer. Gedurende de wintermaanden worden de pimpelmezen, oude zowel als juveniels, door een gebrek aan voedsel op het platteland, aangemoedigd om de vogelvoerplaatsen en voederhuisjes in de dorpen en steden te bezoeken. Deze november echter worden er opvallend weinig pimpelmezen geteld, het laagste aantal sinds 2003. Mogelijk wordt dit veroorzaakt door een gebrek aan nakweek dit jaar. Een verklaring voor het lage aantal kan gevonden worden in de bijzonder natte zomer dit jaar. Eigenlijk viel het hele broedseizoen letterlijk en figuurlijk in het water, met name de maand uni was erg nat. Hierdoor konden de ouderdieren moeilijk voedsel vinden voor zichzelf, laat staan dat ze voldoende voedsel konden aanvoeren om hun jongen groot te brengen. Normaal gesproken mag je grote aantallen pimpelmezen verwachten die de tuinen bevolken op zoek naar voedsel, maar dit jaar worden de laagste aantallen in augustus sinds 8 jaar geteld. Dat geeft aan dat een beperkt aantal jongen zijn grootgebracht dit jaar. Deze waarneming wordt ondersteund door de nestcontroles in de broedvogel monitoringsprojecten, waar de laagste resultaten van de pimpelmezen broedresultaten ooit worden waargenomen.

Pimpelmees Clive Daelman artikel 2017

Blue Tit (pimpelmees) broods were much less likely to survive in summer 2016

after fairly constant wet weather (Photo: ©Clive Daelmanwww.birdguides.com

 

Dave Leech, hoofd ecologisch onderzoeker, heeft waargenomen dat er 32 % minder pimpelmezen zijn dan het gemiddelde over de afgelopen 5 jaar. Dat kan komen door een beperkte omvang van de legsels (minder eieren), vrouwelijke pimpelmezen die meer moeite hebben zelf in conditie te blijven door een koude natte start van het voorjaar. Jonge vogels die het nest verlaten kunnen het moeilijk hebben gehad door het natte weer in Juni.Om een goed beeld te krijgen of dit een trend is en of er langdurige teruggang is waar te nemen wordt het publiek opgeroepen om het soort goed te blijven monitoren. Tuinvogeltellingen kunnen in deze betrouwbare resultaten opleveren.

 

Opmerkelijk: reacties en vragen mensen in het veld:

  • Noord Londen kent geen teruggang in aantallen pimpelmezen, laat een vogelaar weten.
  • Zou het ook kunnen dat door de milde winter er geen behoefte is aan voedsel aangeboden door mensen: de vogels blijven meer op  het platteland.
  • Ik heb veel dode jongen waargenomen gedurende broedseizoen. Vroege nesten waren oké, in het reguliere broedseizoen gingen veel jongen dood in het nest.

 

Tot een volgende keer Walter Jansen.

Top